Structuur van de kerk: Ambten of verschillende taken?

Waarover gaat het in dit artikel?

In dit onderwerp beschrijven wij hoe wij denken over verschillende diensten in de kerk. We gebruiken liever het woord „taken” in de kerk dan „ambten”. Christus riep ons op om te dienen in de kerk en niet naar een positie te streven.

Na een paar algemene punten over dit thema, beschrijven wij in het kort hoe de structuur van de kerk er in de tijd van het nieuwe testament uitzag en die dan vergelijken met de situatie van de institutionele kerken van vandaag de dag.

Aan het einde laten wij zien waarom wij geen dominee of voorganger hebben en waarom wij zijn teruggekeerd naar de structuur van de kerken in het nieuwe testament.

1 Alle christenen zijn broeders en zusters

Jezus Christus is het hoofd van de kerk. Hij heeft een directe en levende relatie met elke christen zonder een andere (menselijke) middelaar of leider.

Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,… (1 Timoteüs 2:5)1

Alle Christenen zijn broeders en zusters in het geloof en zorgen samen voor de kerk – iedereen met de gaven die hij heeft gekregen. Dit is ook zichtbaar in de volgende teksten:

doch onze edele leden hebben dat niet nodig. God heeft evenwel het lichaam zó samengesteld, dat Hij meer eer gaf aan hetgeen misdeeld was, opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden gelijkelijk voor elkander zouden zorgen. (1 Korintiërs 12:24-25)

Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel. Laat je ook niet leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de messias. De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn. Wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd. (Matteüs 23: 8-12) (NBV)

Bij Christenen zijn er verschillen in:

  • ervaring
  • kennis van de bijbel en
  • gehoorzaamheid aan God.

We moeten ons wel van deze verschillen bewust zijn, maar we mogen deze verschillen nicht als te bepalend aanzien. We mogen de christenen niet in 2 groepen verdelen – de ene groep, die in staat zijn de wil van God te laten zien en de andere groep die hen volgen. (Bijv.: Geestelijke en leken; of: Mensen die met de Heilige Geest zijn gedoopt en andere die dat niet zijn; enz.). Aan het einde van dit artikel zullen wij een paar verzen uitleggen, die in deze context verkeerd worden gebruikt.

2 Structuur van de kerk in het nieuwe testament

2.1 Oudsten

In Handelingen vinden we een paar teksten waar staat dat de Apostelen oudsten hebben ingezet:

En nadat zij voor hen in elke gemeente oudsten hadden aangewezen, droegen zij hen onder bidden en vasten de Here op, in wie zij geloofd hadden. (Handelingen 14,23)

In de christelijke gemeenten in de bijbel was het niet zo (zoals men vandaag de dag vaak ziet) dat er één dominee/priester was en dan nog ouderlingen of diakenen. De oudsten (Grieks: ouder = presbyteros) waren dezelfden als de opzieners (Grieks: opziener = episkopos;) en ook als de herders (Grieks: poimenes) van de kerk. Dit is deze twee verzen in Handelingen 20 goed zichtbaar.

Maar hij zond iemand van Milete naar Efeze en ontbood de oudsten der gemeente; (Handelingen 20: 17)

… en in hetzelfde hoofdstuk over dezelfde personen:

Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft. (Handelingen 20: 28)

Het feit dat men de termen “opziener” en “oudste” voor dezelfde personen kan gebruiken, laat zien, dat ze niet verschillende niveaus van een hiërarchie beschrijven. Ze beschrijven simpelweg verschillende aspecten van dezelfde taak. In de bijbel betekent “episkopos” gewoon oudste, wat iets heel anders is als wat vandaag de dag bisschop word genoemd.

Het is inderdaad zo, dat in de tweede eeuw na Christus één persoon de leider van de gemeente in een stad werd. Dat was anders in de tijd van de apostelen, toen de gemeenten nog niet door één persoon werden geleid, maar door meerdere oudsten.

In de brief aan de Filippenzen 1:1 en in 1 Petrus 5: 1-5 worden de “opzieners”/”oudsten in meervoud aangesproken.

Paulus en Timoteüs, dienstknechten van Christus Jezus, aan al de heiligen in Christus Jezus, die te Filippi zijn, tezamen met hun opzieners en diakenen;… (Filippenzen 1: 1)

(hier wordt geen dominee aangesproken, omdat hij niet bestond)

De oudsten onder u vermaan ik dan als medeoudste en getuige van het lijden van Christus,… (1. Petrus 5,1(-5)

(Petrus noemt zich zelf hier ook niet dominee, maar “gewoon” een oudste)

In Handelingen 14:23 en in Titus 1:5 staat, dat er meerdere oudsten werden benoemd.

Deze structuur was een soort van bescherming tegen valse leren. Als een oudste von de juiste weg afweek werd hij door de andere christenen vermaand.

Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, (…) en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken. (Handelingen 20: 28,30)

Het was ook een bescherming tegen het gevaar dat een afzonderlijke persoon zich een hoge positie verschaft, wat in 3de brief van Johannes vers 9 wordt bekritiseerd:

Ik heb aan de gemeente een en ander geschreven; maar Diotrefes, die onder hen de eerste tracht te zijn, ontvangt ons niet.

De leiding van de christelijke gemeente, zoals hierboven beschreven, betekent niet, dat de oudsten alles bepalen. In Matteüs 18: 15-18 laat Jezus zien, dat de belangrijkste beslissingen door de hele kerk moeten worden genomen.

Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen.

Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen. Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op de verklaring van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa. Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de gemeente. Indien hij naar de gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar. Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel. (Matteüs 18: 15-18)

Elke christen is verantwoordelijk voor de leer en voor de belangrijkste beslissingen in de kerk, die het lichaam van Christus is. Een oudste mag niet de functie van het lichaam vervangen, maar hij moet zich voor de gezondheid van het lichaam van Christus inzetten.

2.2 Diakenen

In Filippenzen 1: 1 worden diakenen genoemd. Het Griekse woord betekent “dienaar”, “helper” of “gezante”. Verwante uitdrukkingen vinden we in Handelingen 6: 1-6

…hun weduwen bij de dagelijkse verzorging verwaarloosd werden.(Handelingen 6:1 woordelijk “dagelijkse dienst” Grieks: diakonia)

… Het bevredigt niet, dat wij met veronachtzaming van het woord Gods de tafels bedienen. (Handelingen 6: 2 “bedienen”, Grieks: diakonein)

Het geschilpunt is hier de verdeling van het eten aan de arme christenen. De apostelen benoemden 7 discipelen, die voor deze dienst werden gekozen. Ze worden in deze tekst geen diakenen genoemd, maar het is waarschijnlijk, dat de term “diaken”, die in Filippenzen 1: 1 en 1 Timoteüs 3: 8 wordt gebruikt ook met de dienst van het organiseren en de verdeling van materiële goederen te maken had.

3 De structuur van de kerk na de apostelen

Na de dood van de apostelen Petrus en Paulus is de situatie niet essentieel veranderd. Dat kunnen we aan de hand van een brief zien, die de christelijke gemeente van Rome aan de christelijke gemeente van Korinthe rond het jaar 70 schreef. Deze brief is bekend als de eerste brief van Clemens. Deze brief hoort niet bij het nieuwe testament. Wij citeren hem hier als historisch document. Het hoofdzakelijke doel van deze brief is het juiste respect voor de oudsten. Daar staat:

Het is voor ons geen kleine zonde, als wij mannen, die onberispelijk en heilig hun offer hebben gebracht, uit hun Bisschopsambt verdrijven. Zalig zijn de Presbyters, die hun levensweg al hebben doorlopen en een volkomen einde, dat rijk is aan vruchten, hebben bereikt. Zij moeten niet bang zijn, dat ze van de voor hen bepaalde plaatsen worden verdreven. Wij moeten het namelijk beleven, dat jullie sommige Presbyters, die een goede wandel hadden, uit de heilige dienst hebben verdreven, die ze door een onberispelijke wandel hadden vervuld. (1ste brief van Clemens 44)

Hier staat dat de Presbyters (oudsten), die de taak hebben een Episkopos (opziener) te zijn. De term “episkopos” (opziener) en “presbyteros” (oudste) worden in deze brief noch een keer als synoniem gebruikt en we lezen hier niets over iemand die als enige de leider is. Daaraan kan men zien, dat de structuur von kerk, zoals we die eerder in dit artikel beschreven ook na de dood van de apostelen niet veranderde. De apostelen hebben voor lokale kerken niet “één leider” benoemd, ook niet toen ze stierven. Zo had Paulus, toen hij de kerk van Efeze verliet, hoewel hij wist dat sommige christenen in het gevaar waren, om hun geloof te verliezen, alleen gezegd:

En nu, ik draag u op aan de Here en het woord zijner genade, … (Handelingen 20: 32)

Al aan het begin van de tweede eeuw kan men zien, dat er in bijna al de gemeenten toch één leider was. Ze worden “episkopoi” (opzieners) genoemd. Dat was het oorspronkelijke synoniem voor oudsten. Daarover kan men in de brieven van Ignatius van Antiochië (35-110) lezen. Er is hier geen verbinding met een bijzondere benoeming door de apostelen (de Rooms katholieken en de Orthodoxen zeggen dat “priesters” door de opvolgers van de apostelen moeten worden benoemd, bijv. door bisschoppen = apostolische successie). Dat de rol van één persoon zo wordt benadrukt is ver weg van wat er in het nieuwe testament staat. Ignatius schrijft:

Laat niemand zonder de bisschop iets doen wat de kerk betreft. (Ignatius aan Smyrna 8: 1)

Deze ontwikkeling werd voortgezet, en daardoor wat het zo, dat aan het einde van de 2de eeuw Ireneus van Lyon de episkopoi als opvolgers van de apostelen zag.

4 Rooms-Katholieke kerkstructuur

In de documenten van het Rooms-katholieke tweede Vatikanische Concilie (1965) staat:

De taak nu om op authentieke wijze het geschreven of overgeleverde woord Gods te verklaren is alleen aan het levend leerambt van de Kerk toevertrouwd, dat zijn gezag uitoefent in naam van Jezus Christus. Dit leerambt echter staat niet boven het woord Gods maar is de dienaar er van door alleen te leren wat overgeleverd is, voorzover het nl. dit overgeleverde krachtens goddelijke opdracht en onder de bijstand van de Heilige Geest, met eerbied aanhoort, heilig bewaart en trouw uiteenzet, en doordat het uit deze éne geloofsschat alles put, wat het als door God geopenbaard te geloven voorhoudt. (Dei verbum 10)

Dat het woord van God alleen door het levend leerambt van de “katholieke kerk” kan worden verklaard betekent in de praktijk, dat men een speciale “sleutel” nodig heeft om de bijbel te “ontcijferen”. Volgens de rooms-katholieken bezit de priester als vertegenwoordiger van de bisschop de sleutel om de juiste betekenis van de Schrift te onderscheiden.

De apostel Johannes schreef op een heel andere manier aan de christenen:

Dit heb ik u geschreven over hen, die u misleiden. En wat u betreft, de zalving, die gij van Hem ontvangen hebt, blijft op u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar, gelijk zijn zalving u leert over alle dingen, en waarachtig is en geen leugen, blijft in Hem, gelijk zij u geleerd heeft. (1ste brief van Johannes 2: 26-27)

De sleutel voor de interpretatie van de Heilige Schrift is de Heilige Geest, die in alle christenen woont. Dat betekent de zalving, die Johannes hier noemt.

Bij de rooms katholieken word der autoriteit van de bisschoppen vaak met de apostelen vergeleken. Maar wij zien de autoriteit van de apostelen door hun persoonlijke ervaring met Jezus en de rol, die ze bij oprichting van de kerk speelden, als uniek.

Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. (Efeziërs 2: 19-20)

De Apostel Paulus verbindt zijn apostel-zijn met het feit, dat hij Jezus heeft gezien:

Ben ik niet vrij? Ben ik geen apostel? Heb ik niet Jezus, onze Here, gezien? Zijt gij niet mijn werk in de Here? (1. Korintiërs 9: 1)

5 De gebruikelijke structuur van veel andere „kerken”

De meeste protestanten en evangelische groepen verwerpen de Rooms-katholieke leer, dat de bisschoppen de leerautoriteit hebben. Tegelijkertijd denken ze normaal gesproken dat men één “dominee” boven de “oudsten” te benoemen. De Dominee heeft dan in de gemeente de taak te preken en bij belangrijke beslissingen heeft hij het laatste woord. Om dat te ondersteunen worden als argument vaak Timoteüs en Titus genoemd, die medewerkers van Paulus waren en die in Efeze en Kreta een belangrijke rol hadden (1 Timoteüs 1: 3; Titus 1,5). Dit argument houdt geen rekening met het feit, dat ze in die steden bleven om het werk van de apostel af te maken. Ze bleven daar niet voor een onbegrensde tijd en er werd ook geen positie of een ambt ingevoerd, om hun rol na hun vertrek voort te zetten.

Het helpt ook om de vraag te stellen: wie was in de bijbel eigenlijk de dominee van Rome, Korinthe, Filippi, Galatië, Efeze, Kollose, enz.? Wij kennen geen enkele naam van een dominee. Omdat ze niet bestonden.

Hiëronymus, een kerkvader uit de 4de eeuw, zag het niet zo, dat deze wijdverbreide vorm van leiding in de Kerk, door Jezus was gegeven, maar dat het een latere ontwikkeling van de kerk was. Hij schreef:

… Voordat er in [onze] religie door de aanzet van de duivel scheidingen ontstonden en voordat er onder de mensen werd gezegd: “ik hoor bij Paulus, ik bij Apollos en ik bij Kephas”, werden de gemeenten gemeenschappelijk door een raad van Presbyters geleid. Zodra een ieder van hen begon, diegenen, die door hem werden gedoopt als zijn eigen volgelingen te zien, en niet van Christus was het voor de hele wereld beslist, dat er één persoon uit de kring van de Presbyters werd gekozen, en boven de rest werd gesteld om voor de hele gemeente te zorgen.

Op die manier werd het zaad voor de scheidingen weggenomen. … Daarom moeten opzieners erop letten, dat ze op basis van een afgesproken gewoonte en niet op basis van een gebod van God boven de Presbyters worden ingezet. Zij moeten de gemeente samen leiden, door het voorbeeld van Mozes te volgen, die, hoewel hij Israel alleen had kunnen leiden, zeventig mannen koos, met wie hij samen over het volk samen oordeelde. (Hiëronymus, Commentarius in epistulam Pauli ad Titum 1,5)

Maar een door mensen afgesproken “gewoonte” in te voeren is geen geestelijk oplossing voor een probleem.

6 Onze conclusie

1. Er is geen mens, die geen fouten kan maken. Iedere christen heeft correctie nodig. Ieder christen moet groeien, om verantwoordelijkheid te kunnen dragen. Wij zien het niet als de leiding van God, één persoon over de hele kerk of een lokale christelijke gemeente te stellen.

2. Een kerk heeft oudsten nodig, die erop letten, dat de juiste leer en juiste levenswandel heerst. Hun autoriteit komt niet door een universiteitsdiploma, maar door christelijke deugden, ervaring en de bekwaamheid om te leren. In de kerk kunnen er ook oudsten zijn, die niet officieel door de christenen, of door de andere oudsten voor hen, werden benoemd. Bij sommige teksten in de bijbel moest een formele benoeming van oudsten helpen om duidelijk te maken, wie in staat is deze taak te dragen. Maar bij onze omstandigheden zien wij de noodzakelijkheid niet om dat te doen, omdat onze gemeente stap voor stap is gegroeid en wij elkaar goed kennen. Wij kennen ook onze oudsten. Dat verandert hun taak niet. Alles, wat wij over oudsten hebben gezegd, kunnen wij op hen toepassen. Zij nemen deel aan ons leven en wij aan hun leven. Ze verdienen hun geld met een normale baan en werkplek zoals de andere christenen dat ook doen. Ze hebben ook bemoediging en vermaning nodig, net zoals de andere christenen dat ook nodig hebben. Ze belijden ook hun zonden aan een ieder van de andere christenen. De oudsten zijn niet de enigen die de andere christenen leren.

3. Wij moeten niet samenkomen om een programma te consumeren, maar om actief deel te nemen. Het is niet moeilijk om aan samenkomsten met een programma deel te nemen. Maar dat leert ons niet, verantwoordelijk te zijn. Als christenen niet leren de verantwoordelijkheid voor de kerk te dragen, is een ontwikkeling naar een verkeerde structuur niet te vermijden. Anderen lief te hebben betekent, de verantwoordelijkheid voor hen te dragen. De apostel Paulus bemoedigt ons dat te doen.

Ik heb echter, mijn broeders, zelf al de overtuiging van u, dat gij zelf reeds vol van goedheid zijt, vervuld met al de kennis, in staat ook elkander terecht te wijzen. (Romeinen 15: 14)

Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid. (Galaten 6: 1 (NBV))

Als wij dat doen, kunnen wij de eenheid bouwen, die niet van boven gestuurd wordt, maar die uit ons hart komt. Deze eenheid kan ook een getuigenis voor de wereld zijn.

Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of toehoorder binnen, dan wordt hij door allen weerlegd, wordt hij door allen doorgrond, het verborgene van zijn hart komt aan het licht en hij zal zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden, dat God inderdaad in uw midden is. (1 Korinthe 14: 24-25)

Iedere dag leren wij, deze verantwoordelijkheid te dragen, door ootmoedig en nederig te zijn. De ootmoed en nederigheid is het, die ons in staat stelt, naar anderen te luisteren – naar onze oudere, maar ook naar onze jongere geestelijke broeders en zusters. (1 Petrus 5: 5)

7 Teksten, die gebruikt worden om de structuur van vandaag de dag te rechtvaardigen

Er zijn twee teksten, waar het woord opziener (episkopos) in het enkelvoud voorkomt. Dat zijn 1. Timotheüs 3,2 en Titus 1,7. Titus 1,5 heeft betrekking op dezelfde personen. Daaraan kan men zien dat ervan wordt uitgegaan dat er meerdere oudsten of opzieners in een gemeente zijn. Paulus beschrijft hier de voorwaarden die voor de dienst als opziener in de gemeente moeten worden vervuld. Maar hij wil niet zeggen dat er maar 1 opziener moet zijn. Ook het feit dat later in 1. Timotheüs 3:8 de dienaren in het meervoud worden genoemd spreekt daar niet tegen. Het zijn gewoon verschillende mogelijkheden om essentiële voorwaarden voor de taken te noemen. (Een eenvoudig voorbeeld: Bromfietsen hebben meestal 2 wielen, maar een auto heeft er altijd 4.)

In Hebreeën 13 worden twee keer leiders of voorgangers genoemd. In vers 7 worden daarmee de apostelen en de oudsten uit de eerste tijd bedoeld. In Vers 17 de oudsten ten tijde als de brief werd geschreven. Het is gewoon een andere benaming voor de dienst van de oudsten en de opzieners. Dat is weer een indicatie dat er onder de eerste christenen geen ambten met precies afgebakende benamingen waren.

Jakobus, de broer van de Heer, wordt vaak als leider van de gemeente in Jeruzalem genoemd, omdat hij op enige plaatsen afzonderlijk wordt genoemd (bijv. in Handelingen 12:17 en 21:18). Hij sprak ook bij de kerkvergadering in Handelingen 15 het laatste woord. Het is onomstreden dat hij een grote autoriteit bezat onder de christenen. Zijn gehoorzaamheid en zijn diep begrip van de leer van Jezus worden ook duidelijk in de brief van Jakobus. In zijn tijd werd hij zelfs door mensen, die geen christenen waren, „Jakobus de rechtvaardige” genoemd. Maar het is een groot verschil, of een gelovige door zijn bijzondere toewijding dan ook bijzondere autoriteit bezit, of dat er zo een ambt als leider van een gemeente bestaat (bijv. dominee/voorganger). Zo een positie bestond toentertijd in geen enkele gemeente. Zoals we eerder al noemden werd de poging, de eerste te willen zijn, door de apostel Johannes scherp bekritiseerd (3 Johannes).

Over de persoon van Petrus en of hij bisschop van van Rome of zelfs de eerste Paus was, verwijzen we op ons onderwerp over het Pausdom (komt misschien nog)2.

Scroll to top ↑


Voetnoten:
  1. Bijbelteksten zijn volgens de vertaling NBG 51 geciteerd tenzij anders aangegeven. 
  2. Bij interesse kunt u ons per email vragen