Echtscheiding en Hertrouw uit het oogpunt van de bijbel


Waarover gaat het in dit artikel?

Wij willen ons in deze tekst bezighouden met de uitspraken in de Bijbel over het vraagstuk Echtscheiding en Hertrouw. Ook de woorden van Jezus uit Mattheüs 19, die vaak als „behalve in het geval van ontucht“ worden vertaald zijn niet in strijd met het de duidelijke verwerping van de echtscheiding in andere teksten van het Nieuwe Testament. Ook als de wet van het Oude Testament door de zonden van de mensen toestemming gaf voor de scheiding, was het nooit de wil van God. Jezus heeft de wil van God in dit punt duidelijk laten zien. Door zijn werk van verlossing verandert Hij ons hart en daardoor zijn wij in staat, volgens de wil van God de trouw te bewaren, ook als het door bepaalde omstandigheden nodig kan zijn om niet meer samen op één plaats met de ongelovige partner te wonen. Ten slotte schrijven we nog een paar gedachten, die kunnen helpen voor oplossingen van de vaak vastgelopen levenssituaties van vandaag de dag.

Als Bijbelvertaling hebben wij, tenzij bij het citaat anders aangegeven, de Herziene Statenvertaling geciteerd.

1 Is echtscheiding de oplossing?

Iemand lief te hebben betekent, dat je ernaar zoekt wat het beste is voor de ander, ook als het met moeilijkheden is verbonden. Ook getrouwde mensen worden door situaties altijd weer opgeroepen om zichzelf te verloochenen. Juist als er problemen zijn, kan de verzoeking ontstaan, voor de makkelijkere weg te kiezen en te scheiden of weer te trouwen als mijn partner mij heeft verlaten. Maar een huwelijk is een beslissing, die je niet meer ongedaan kunt maken, ook als je bij die beslissing je eigen geweten hebt genegeerd.

Daarom willen we iedereen, die erover nadenkt om te scheiden of weer te trouwen, bemoedigen zich zonder angst voor de woorden van Jezus te openen. Jezus laat ons niet alleen de weg zien, maar Hij helpt ons ook die weg te gaan, ook als we het ons nu nog niet kunnen voorstellen.

We zullen meerdere Bijbelteksten voor het onderwerp Scheiding en Hertrouw citeren. Zij laten zien, dat Jezus de onvoorwaardelijke trouw tot elkaar verwacht, die tot de dood duurt. Na de teksten volgt een preciezere uitleg.

2 Duidelijke Bijbelteksten over het onderwerp Scheiding en Hertrouw

Deze teksten uit het Nieuwe Testament laten ons zien, dat de wil van God het monogame huwelijk is, wat betekent dat één man en één vrouw elkaar trouw zijn tot de dood:

Ieder die zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel en ieder die met een vrouw trouwt die door haar man verstoten is, pleegt ook overspel. (Lukas 16:18)

En de Farizeeën kwamen naar Hem toe en vroegen Hem, om Hem te verzoeken, of het een man geoorloofd is zijn vrouw te verstoten. Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: Wat heeft Mozes u geboden? En zij zeiden: Mozes heeft toegestaan een echtscheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten. En Jezus antwoordde hun: Vanwege de hardheid van uw hart heeft hij dat gebod voor u geschreven. Maar vanaf het begin van de schepping heeft God hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt. Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees. Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden. En thuis stelden Zijn discipelen Hem hierover opnieuw vragen. En Hij zei tegen hen: Wie zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt overspel tegen haar. En als een vrouw haar man verstoot en met een andere trouwt, pleegt zij ook overspel. (Markus 10:2-12)

Maar de gehuwden beveel ik – niet ik, maar de Heere – dat een vrouw niet zal scheiden van haar man, – en als zij toch gaat scheiden, moet zij ongehuwd blijven of zich met haar man verzoenen – en dat een man zijn vrouw niet zal verlaten. (1 Korinthe 7: 10-11)

Want de gehuwde vrouw is door de wet gebonden aan de man zolang hij leeft. Als de man echter gestorven is, is zij ontslagen van de wet die haar aan de man bond. Daarom dan, als zij de vrouw van een andere man wordt terwijl haar man leeft, zal zij een overspelige genoemd worden. Als haar man echter gestorven is, is zij vrij van de wet, zodat zij geen overspelige is als zij de vrouw van een andere man wordt. (Romeinen 7: 2-3)

Al in het Oude Testament verwerpt God Echtscheiding op een duidelijke manier:

In de tweede plaats doet u dit: het altaar van de HEERE bedekken met tranen, met geween en gekerm, omdat Hij Zich niet langer tot het graanoffer wendt en dat in welgevallen uit uw hand aanneemt. Dan zegt u: Waarom? Omdat de HEERE Getuige is tussen u en de vrouw van uw jeugd, tegen wie ú trouweloos handelt, terwijl zíj toch uw metgezellin en de vrouw van uw verbond is. Heeft Hij er niet maar één gemaakt, hoewel Hij nog geest overhad? En waarom die ene? Hij zocht een goddelijk nageslacht. Daarom, wees op uw hoede met uw geest, en handel niet trouweloos tegen de vrouw van uw jeugd. Want de HEERE, de God van Israël, zegt dat Hij het wegsturen van de eigen vrouw haat, hoewel men het geweld bedekt met zijn gewaad, zegt de HEERE van de legermachten. Wees dus op uw hoede met uw geest en handel niet trouweloos. (Maleachi 2: 13-16)

3 Behalve bij ontucht / hoererij?

In het evangelie van Mattheüs zijn er twee teksten (Mattheüs 5:31-32 en Mattheüs 19: 1-12), waar het erop lijkt dat er een uitzondering mogelijk is in het geval van seksuele misstappen. Waarom vinden wij deze zo belangrijke uitzondering niet in de andere evangelies en ook niet in de brieven van het Nieuwe Testament? Het evangelie van Mattheüs werd voor Joodse lezers geschreven. Als volgt willen we laten zien, dat de Joden deze woorden anders interpreteerden als de meeste mensen vandaag de dag. Helaas beïnvloedt de manier van denken van vandaag de dag ook de Bijbelvertalingen. Daarom moeten wij ons hier ook met vertalingsvraagstukken bezighouden. We willen het zo kort mogelijk houden.

3.1 Mattheüs 5: 32

De Herziene Statenvertaling vertaalt deze tekst als volgt:

Er is ook gezegd: Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een echtscheidingsbrief geven. Maar Ik zeg u dat wie zijn vrouw verstoot om een andere reden dan hoererij, maakt dat zij overspel pleegt; en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. (Mattheüs 5: 31-32)

Het Griekse woord “parektos” wordt hier met “om een andere (reden)” vertaald, maar het betekent letterlijk iets wat “erbuiten staat”, “niet wordt genoemd”, “uitgesloten is” (Bijv. In 2 Korinthe 11:28 vertaalt de NBV dit woord met “al het andere”. Het gaat hier niet over een uitzondering)

Een vertaling, die zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst past, zou als volgt luiden:

Er is ook gezegd: Wie zijn vrouw verstoten wil, moet haar een echtscheidingsbrief geven. Maar Ik zeg u dat wie zijn vrouw verstoot (de reden van hoererij is uitgesloten), maakt dat met het oog op haar het huwelijk wordt gebroken[1]; en wie met een verlatene trouwt, pleegt echtbreuk.[2]

Ontucht was een algemeen erkende reden voor scheiding.

Jezus verwees in de context van Mattheüs 5 naar de Joodse wet en Joodse tradities. In de verzen 31-32 zinspeelt Hij op een tekst in Deuteronomium:

Wanneer een man een vrouw genomen heeft en met haar getrouwd is, en het gebeurt dat zij geen genade meer vindt in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, en hij haar een echtscheidingsbrief schrijft, die in haar hand geeft en haar uit zijn huis wegstuurt, … (Deuteronomium 24: 1)

De uitdrukking “iets schandelijks” interpreteerden de rabbijnse scholen van toentertijd als seksuele misstappen. Voor veel Joden was dat de enige reden om te scheiden.[3]

Jezus brengt iets nieuws.

Jezus zegt: “Er is ook gezegd: … Maar Ik zeg u: …”. Blijkbaar leert Jezus hier iets nieuws, iets dat de Joden nog nooit hebben gehoord. In de context van de Bergrede (Mattheüs 5-7) verdiept Jezus de geboden van God met het oog op reinheid en liefde. In Mattheüs 5: 21-48 noemt Jezus geboden uit het Oude Testament en zegt dan daarover: “Maar ik zeg u”. Daarmee wijst Hij door Zijn Woord op de oorspronkelijke duidelijke wil van God in deze punten, bijvoorbeeld in de verzen 21-22:

‘U hebt gehoord dat tegen uw voorouders gezegd is: U mag niet doden. Wie iemand doodt, moet zich verantwoorden voor de rechtbank. Maar ik zeg u: ieder die kwaad is op een ander, … (Mattheüs 5: 21-22, GNB96)

Als Jezus in Mattheüs 5:32 alleen bedoelde, dat Hij het met de algemeen erkende reden voor scheiding eens was, dan zouden zijn uitspraken over de Echtscheiding in deze context niet passen. Hij zou dan niets nieuws brengen. (Het “nieuwe” dat door Jezus werd gebracht is trouwens de “oude” eeuwige wil van God.)

Jezus leerde hier duidelijk dat de reden voor de scheiding, die door de Joden algemeen erkend was, niet meer geldt. Jezus sluit deze reden uit met de woorden “de reden hoererij is uitgesloten”.

Maar dat betekent niet, dat iemand verplicht is in ieder geval met zijn huwelijkspartner samen te blijven, zelfs als Hij zich op een heel slechte manier gedraagt. Het kan zelfs nodig zijn zich om reden van de slechte levenswandel van de huwelijkspartner zich van hem af te zonderen. De afzondering kan in bepaalde gevallen ook de juridische vorm van een scheiding hebben. Maar het Huwelijksverbond blijft ook in dit geval toch bestaan, en daarmee ook de verplichting tot huwelijkstrouw. Dat betekent dat een nieuw huwelijk niet meer mogelijk is. Bij een scheiding zou je het Huwelijksverbond ontbinden en beide huwelijkspartners zouden weer vrij zijn om te trouwen. Maar dat werd door Jezus duidelijk verworpen.

3.2 Mattheüs 19: 9

In het geval van Mattheüs 19: 9 zien we een soortgelijke situatie als bij Mattheüs 5.

En de Farizeeën kwamen naar Hem toe om Hem te verzoeken en zeiden tegen Hem: Is het een man toegestaan zijn vrouw om allerlei redenen te verstoten? En Hij antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden. Zij zeiden tegen Hem: Waarom heeft Mozes dan geboden een echtscheidingsbrief te geven en haar te verstoten? Hij zei tegen hen: Mozes heeft vanwege de hardheid van uw hart u toegestaan uw vrouw te verstoten; maar van het begin af is het zo niet geweest. Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot anders dan om hoererij en met een ander trouwt, die pleegt overspel, en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel. Zijn discipelen zeiden tegen Hem: Als de zaak van de man met de vrouw er zo voor staat, is het beter niet te trouwen. (Mattheüs 19,3-10)

In vers 9, waar in de geciteerde HSV-vertaling staat “anders dan om hoererij” staat in het Grieks: “niet wegens hoererij”. In het Grieks bestaan er voor het Nederlandse woord “niet” twee woorden. Het eerste is „μὴ / me“, en dat woord staat in vers 9 bij “niet wegens hoererij”. Het wordt normaal gesproken gebruikt als er dingen verboden zijn. In het Nieuwe Testament vinden we meerdere voorbeelden, dat het woord me=niet zonder werkwoord, dat uit zou leggen waarover het gaat, wordt gebruikt. Men moet dan vanuit de context opmaken wat er niet gedaan mag worden.[4] Jezus drukt hier dus uit, dat een bepaalde reactie in het geval van seksuele misstappen er niet mag zijn. De context laat zien dat de reactie, die er niet mag zijn, de echtscheiding is. Er wordt dus bedoeld: “niet eens in het geval van ontucht”.

Markus 10: 12 (verder boven al geciteerd) laat ons zien dat het ook voor het omgekeerde geval geldt, namelijk als een vrouw haar man verlaat.

Markus 10,1-12 beschrijft dezelfde situatie als Mattheüs 19: 1-12. Op de vraag van de Farizeeën, of het geoorloofd is zich van de vrouw te scheiden om wat voor reden dan ook,[5] verwijst Jezus naar de orde van de schepping, dat man en vrouw één vlees zijn, en dat wat God samengevoegd heeft, de mens niet mag scheiden. De scheidingsbrief, die Mozes had geboden werd alleen toegestaan vanwege de hardheid van hun harten. De oorspronkelijke wil van God was anders. Jezus “corrigeert“ hier de wet. Het onverbrekelijke karakter van het Huwelijksverbond is gebaseerd op de orde van de schepping.

Ook de reactie van de discipelen in Mattheüs 19: 10[6] laat ons zien, dat de leer van Jezus in dit punt voor hen helemaal nieuw was. Volgens de Joodse wet was scheiding en hertrouw toegestaan bij seksuele zonden van de vrouw (volgens Rabbijn Schammai). De discipelen begrepen door de woorden van Jezus, dat volgens de wil van God het Huwelijksverbond niet kan worden opgeheven, niet eens in het geval van seksuele zonden van de vrouw. Met het oog daarop vragen de discipelen of het dan überhaupt raadzaam is om te trouwen. Zo laat ons deze reactie van de discipelen ook zien, dat Jezus iets bracht wat helemaal nieuw was. Als Jezus had geleerd dat de echtgenoot na een scheiding wegens echtbreuk weer zou mogen trouwen, dan zou Hij hetzelfde hebben geleerd als veel andere Joden en dan had dat ook niet deze verbaasde reactie bij de discipelen veroorzaakt.

3.3 Over deze twee teksten

Zowel in Mattheüs 5: 32 als ook in Mattheüs 19: 9 zien we, dat de wet van Mozes over de echtscheidingsbrief (Deuteronomium 24: 1) in de achtergrond staat. Jezus laat in beide teksten zien, dat de beredenering van de echtscheiding met ontucht niet de wil van God is. Omdat het vraagstuk over de uitleg van Deuteronomium 24: 1 hoofdzakelijk belangrijk was voor christenen die uit het Jodendom kwamen, is het niet verwonderlijk, dat we deze twee verzen, waar Jezus zegt dat zelfs ontucht geen reden voor een echtscheiding kan zijn (met de mogelijkheid om weer te trouwen), alleen in Mattheüs zijn te vinden.[7] Hij schreef zoals bovengenoemd aan christenen met een Joodse achtergrond. Markus en Lukas wilden hun lezers, die hoofdzakelijk uit het heidendom kwamen, niet bezighouden met met de vraag over de interpretatie van de echtscheidingsbrief in Deuteronomium 24: 1 en lieten daarom deze woorden van Jezus weg, die aan de Joden waren gericht.

Mattheüs 5: 32 en Mattheüs 19: 9 zijn daarom in eenheid met alle andere woorden van het Nieuwe Testament en spreken niet over een mogelijke reden voor een echtscheiding, maar zeggen het tegendeel, namelijk dat de redenen voor een echtscheiding, die de Joden accepteerden, niet geldig zijn.

4 Waarom was de echtscheiding in het Oude Testament toegestaan en volgens de woorden van Jezus niet meer?

Scheiding was nooit de wil van God. Mozes stond de scheiding wegens de ongehoorzaamheid van het volk toe, omdat het helaas een treurig feit was, dat er in het Joodse volk van God altijd maar heel weinig mensen waren die werkelijk volgens de wil van God wilden leven. De meeste Joden waren meestal heel ongehoorzaam. Daarom had God in het Oude Testament scheiding en hertrouw toegelaten, omdat anders mensen heel erg zouden moeten lijden onder de zonden van andere mensen. Om sociale redenen was het voor een verstoten vrouw bijna dwingend nodig om weer te trouwen, omdat ze anders geen materiële verzorging zou hebben en ook bijna geen mogelijkheid om door kinderen te worden verzorgd, als ze oud was. Daarom gaf Mozes het gebod dat de man, die zijn vrouw verstoot, haar een echtscheidingsbrief moest geven. Deze scheidingsbrief was een belangrijke bescherming voor de vrouw, het bewijs, dat deze vrouw geen prostituee is of buitenechtelijke geslachtsgemeenschap had (waar de doodstraf op stond), maar dat ze werd verstoten en dat ze legaal weer kan trouwen.

Wat in het volk van Israël nooit mogelijk was, dat iedereen in gehoorzaamheid, liefde en diepe eenheid samenleeft, vervulde Jezus in de gemeente. In de gemeente zijn er geen ongelovigen, maar iedereen heeft de beslissing gemaakt om Jezus zonder compromissen te volgen. Daarom krijgen de christenen door de Heilige Geest de kracht voor dit leven in de heiliging, toewijding, liefde en gehoorzaamheid. Alleen als je het gebod van Jezus over de broederlijke liefde werkelijk begrijpt en wilt leven, kan je ook zijn oproep begrijpen, dat er voor God geen scheiding bestaat en dat het voor een christen ook mogelijk is om zo te leven. Voor God geldt ieder huwelijk zo lang tot één huwelijkspartner sterft. In het geval dat één van de echtgenoten zich van een christen wil scheiden, staat Paulus dit toe. Maar het geldt voor God niet als echtscheiding, waarna je dan weer mag hertrouwen, maar voor God zijn ze nog steeds getrouwd, maar kunnen apart leven.

Het huwelijk is een verbond voor God en aan dat verbond moet je trouw blijven, ook als de huwelijkspartner dit verbond breekt. Als de ongelovige huwelijkspartner van een christen wil scheiden – om wat voor reden dan ook – en de christen zou weer trouwen, dan zou hij niet alleen de huwelijkstrouw verbreken, maar hij betrekt ook zijn “nieuwe” partner diep in de zonde van ontucht en echtbreuk.

Omdat de christenen als uitdrukking van hun broederlijke liefde in gemeenschap van goederen leven (Handelingen 2: 44-47) is ook de sociale verzorging van de christelijke vrouw, wiens ongelovige man bij haar is weggegaan, gewaarborgd. Zij zal ook niet eenzaam zijn, omdat God iedere christen dagelijks door de broederlijke liefde en eenheid onder elkaar, diepe vervulling en vreugde geeft.

5 Hoe moeten we de huwelijken van het “oude leven” (voordat iemand een christen werd) beoordelen?

Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. (2 Korinthe 5: 17)

Dit is een heel belangrijk woord van Paulus en laat zien welke fundamentele verandering het is, als iemand een christen wordt. Maar het betekent niet dat al onze verplichtingen uit het leven voordat we een christen werden niet meer gelden.

laat uw woord ja echter ja zijn en uw nee nee; … (Mattheüs 5: 37)

Dat geldt in het bijzonder ook voor de huwelijksbelofte. Jezus beargumenteerde de onverbrekelijkheid van het huwelijk met de orde van de schepping, zoals we in 3.2 al uitlegden. De gedachte dat huwelijken, die werden gesloten voordat iemand een christen werd, niet geldig zouden zijn en dat je daarom zou kunnen scheiden omdat je als christen een nieuw leven begint is dus een valse leer en een minachting van de woorden van Jezus.

In 1 Korinthe 7 spreekt Paulus over Huwelijken, die voor de bekering werden gesloten:

Maar tegen de anderen zeg ík, niet de Heere: Als een broeder een ongelovige vrouw heeft en zij ermee instemt bij hem te wonen, moet hij haar niet verlaten. En als een vrouw een ongelovige man heeft en deze stemt ermee in bij haar te wonen, moet zij hem niet verlaten. Want de ongelovige man is geheiligd door zijn vrouw en de ongelovige vrouw is geheiligd door haar man. Anders waren immers uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig. Maar als de ongelovige scheiden wil, laat hij scheiden. De broeder of de zuster is in zulke gevallen niet gebonden. God heeft ons echter tot vrede geroepen. (1 Korinthe 7:12-15)

Zijn principe is dat als de ongelovige het nieuwe leven van de christen accepteert, ze niet uit elkaar moeten gaan. Als het toch tot een scheiding komt (vers 15), moet Paulus niet herhalen, wat hij al in vers 11[8] schreef, namelijk, dat de christen óf alleen moet blijven óf zich met zijn huwelijkspartner moet verzoenen.

6 Een paar gedachten over de huidige situatie

Vandaag de dag leven we helaas in een situatie, waar het “normale geval”, zoals God het wilde, namelijk een huwelijk waarin twee echtgenoten hun leven delen, trouw tot het einde van het leven, zoals ze het elkaar hebben beloofd bij de huwelijkssluiting, al een grote bijzonderheid is geworden. “Patchworkgezinnen” worden steeds meer het normale geval. Dat heeft dan ook zijn effect op de leer en de praktijk van de verschillenden “kerken” en religieuze groeperingen.

Om de duidelijke verwerping van een echtscheiding met het recht om weer te trouwen beter te kunnen begrijpen is het ook goed om de positieve waarde van het huwelijk in het plan van de schepping van God voor ogen te houden. Het is ook belangrijk altijd op een concrete manier na te denken, hoe de fundamentele leer van de bijbel in de praktijk moet worden gebracht in de specifieke situatie waar een mens in staat.

Jezus had in deze kwestie de oorspronkelijke duidelijkheid weer aan het licht gebracht, zodat zelfs zijn discipelen, die de praktijk van het Oude Testament over de Echtscheiding en Hertrouw kenden, ervan schrokken.

Onder de christenen waren er zeker mensen, die vanuit het Jodendom of heidendom kwamen en al hun tweede huwelijk hadden. We zien in de Heilige Schrift niet dat al deze mensen hun tweede huwelijk moesten ontbinden omdat ze hun huwelijk niet met het bewustzijn hadden gesloten, dat ze iets doen dat door God absoluut verboden is, ook als het voor een gelovige, die vroeger Jood was, op zijn minst duidelijk moest zijn dat God een echtscheiding niet als iets goeds ziet.

Als Paulus aan Timotheüs schreef dat een oudste in een gemeente maar de man van één enkele vrouw mag zijn (1 Timotheüs 3:2), dan laat ons dat zien dat mensen die (voordat ze christen werden) hertrouwd waren geen oudsten konden worden maar dat ze wel degelijk in de gemeente werden aangenomen. Wij kunnen deze praktijk (dat mensen hun tweede huwelijk in de gemeente kunnen voortzetten) voor onze tijd maar gedeeltelijk overnemen, omdat het Nieuwe Testament vandaag de dag bekend is, en daardoor ook de duidelijke positie van Jezus in deze vraag. Daardoor is de onjuistheid van een tweede huwelijk bij veel mensen sterker bewust als in de tijd van de eerste christenen. Het is zeker zo dat er veel vanaf hangt met welk bewustzijn het tweede huwelijk werd gesloten. Als iemand een tweede huwelijk begon terwijl hij wist dat dat tegen de wil van God is dan kan dit huwelijk niet als een huwelijk in de wil van God worden gezien. Het probleem ligt immers vaak veel dieper; dat bij het sluiten van het eerste huwelijk de geestelijke vragen, vooral hoe de huwelijkspartner voor God staat buiten beschouwing werd gelaten.

Maar het is altijd nodig om het concrete geval op een precieze manier te onderzoeken en op die manier eerlijk naar de wil van God te zoeken. Ook in het geval, dat het resultaat van dit eerlijke onderzoek is, dat het tweede huwelijk niet kan worden voortgezet, moeten verschillende andere oogpunten bekeken worden. Vooral als allebei de echtgenoten christenen zijn, dan zal de consequentie niet een volledige afscheiding zijn. Er zijn immers vaak ook veel gemeenschappelijke taken, vooral het opvoeden van de kinderen. Het is voor kinderen zeker geen hulp, als ze zien dat de ouders zijn gescheiden. Maar in dit geval (als men tot de conclusie is gekomen dat het tweede huwelijk niet kan worden voortgezet) kan de seksuele relatie in deze relatie geen plaats meer hebben.

7 Samenvatting en bemoediging

Jezus benadrukt het monogame huwelijk als de wil van God, wat men ook vanuit de argumentatie met het tot-één-vlees-worden kan zien, en dat de man zijn vrouw niet moet verstoten. Als de man om één of andere reden zijn vrouw verstoot, of de vrouw van de man scheidt, dan mogen ze zo lang de gescheiden huwelijkspartner nog leeft, geen nieuwe nieuwe binding aangaan, omdat het eerste Huwelijksverbond geldt zolang ze allebei leven. Als hij of zij toch een nieuwe binding aangaat, is dat echtbreuk. Voor God bestaat er geen scheiding; ieder huwelijk is geldig zolang beide echtgenoten leven. Jezus maakt in al deze Bijbelteksten geen verschil, of iemand schuldig of onschuldig werd verstoten.

Omdat Jezus in Markus en Lukas geen uitzonderingen maakt, kan hij ook in Mattheüs geen uitzonderingen hebben bedoeld. De reactie van de discipelen laat ook zien dat er bij het vraagstuk van de echtscheiding geen uitzondering bestaat. Hertrouwen is niet mogelijk, zolang de huwelijkspartner leeft.

Paulus gaat in 1 Korinthe 7 nog gedetailleerder in op bepaalde gevallen:

Als iemand al gescheiden is als hij een christen wordt, dan moet hij ongetrouwd blijven of zich met zijn huwelijkspartner verzoenen. Als de ongelovige wil scheiden van een christen, dan moet de christen dat toelaten – (vers 15) “Maar als de ongelovige scheiden wil, laat hij scheiden. De broeder of de zuster is in zulke gevallen niet gebonden (letterlijk: verslaafd). God heeft ons echter tot vrede geroepen.”

Dat de broeder of zuster in zulke gevallen niet “verslaafd” is, betekent dat hij/zij niet veroordeeld is tot een gemeenschappelijk leven met een ongelovige echtgeno(o)t(e) in onvrede en problemen. Hij kan scheiden – en ongetrouwd blijven.

Wat voor veel mensen onvoorstelbaar is, is geen ondraaglijke last. Een christen heeft door Jezus Christus een nieuwe relatie met God. Daardoor wordt hij veel sterker geconfronteerd met de oproep die Gods heiligheid aan ons stelt. Het is een hogere oproep als aan de gelovige mensen in het Oude Verbond. Wij worden ons daardoor dieper bewust van onze eigen zwakheden en zonden en God leert ons uit deze diepe relatie met Hem kracht te scheppen voor wat onze krachten overtreft.

Met Hem wordt het “onmogelijke” mogelijk. God helpt ons ook door de gemeenschap met broeders en zusters in het geloof, die iedere christen nodig heeft: de gemeenschap met hen die naar het woord van God luisteren en het ook doen. Dat zijn onze broeders en zusters in Christus, onze geestelijke familie, die tot in eeuwigheid blijft bestaan. Zo is een christen ook zonder huwelijkspartner nooit alleen. Zie daarvoor ook ons onderwerp “over het leven van de eerste christenen”


Voetnoten:

  1. Deze vertaling wijst erop (in tegenstelling tot de sinds de Vulgata gebruikelijke vertaling “veroorzaakt, dat echtbreuk met haar wordt gepleegd”) dat de echtbreukhandeling door de echtgenoot wordt uitgevoerd, die zijn vrouw verstoot. Het gaat hier niet over echtbreuk in de strengste zin van het woord (een geslachtelijke relatie met een andere vrouw), maar het verstoten van de vrouw wordt hier al als echtbreukhandeling gezien. []
  2. Een intensieve uitleg over deze voorgestelde vertaling is in het Duits te vinden in: Karl Staab, Die Unauflöslichkeit der Ehe und die sog. „Ehebruchsklauseln“ bei Mt 5,32 und 19,9: Festschrift für E. Eichmann, Paderborn 1940, 435-452 []
  3. Er was weliswaar ook een andere uitleg (in de school van de rabbijn Hillel), volgens wie de echtscheiding om veel, zelfs onbenullige reden was toegestaan. []
  4. Zo zeiden de Joodse leiders in Mattheüs 26: 5 “Niet tijdens het feest, opdat er geen opschudding onder het volk komt.” In deze zin ontbreekt in het eerste gedeelte het werkwoord. Vanuit de context wordt duidelijk, dat de leiders wilden dat Jezus niet tijdens het feest zou worden gearresteerd (maar al voor het feest). De complete zin zou luiden: “Niet tijdens het feest (moet hij gearresteerd worden), opdat er geen opschudding onder het volk komt.” []
  5. Het gaat hier – zoals bij Mattheüs 5: 32 – over de uitleg van Deuteronomium 24: 1. []
  6. Zijn discipelen zeiden tegen Hem: Als de zaak van de man met de vrouw er zo voor staat, is het beter niet te trouwen. []
  7. De oudste geschriften over het evangelie van Mattheüs (Papias, Ireneüs, Origenes) zijn van mening dat het aan lezers, die uit het Jodendom komen is gericht. Ook criteria vanuit de inhoud van het evangelie (veel citaten uit / referenties van het Oude Testament) wijzen in die richting. []
  8. … en als zij toch gaat scheiden, moet zij ongehuwd blijven of zich met haar man verzoenen … []