Moet „beoordelen” per se iets negatiefs zijn? Is beoordelen hetzelfde als veroordelen? Kunnen en mogen wij bij andere mensen in hun hart kijken of mag alleen God dat doen? In deze tekst beschrijven wij waarom wij geloven dat een christen moet „beoordelen”. Wij beschrijven ook waarom wij denken, dat „beoordelen” nodig is in het leven als gemeente en in de relatie met God.
Is „beoordelen” en „veroordelen” hetzelfde?
(Tenzij het anders is aangegeven citeren wij als bijbelvertaling “Het Boek” vanwege de eenvoudigheid.)
Inleiding
Men hoort vaak van mensen uit verschillende denominaties (geloofsrichtingen) het citaat: „Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt” (Matteüs 7:1). Veel mensen denken dat iedereen zelf voor God staat en dat niemand anders iets objectiefs over het leven en het handelen van iemand anders kan zeggen; en zeker niet erover of hij gered is of niet. Het leven van de anderen, in het bijzonder op religieus gebied, is een „privé-zaak”. Daarover kan en mag niemand anders dan iets zeggen. Het lijkt erop dat veel mensen denken dat gezonde kritiek hetzelfde is als „veroordelen” en een opdringerig, onbevoegd betreden van een „heilig” gebied. Zo denken ze ook over het beoordelen en het beproeven van de geloofsovertuiging van verschillende groepen. Als je de overtuiging van iemand anders als een dwaling ziet, betekent dat natuurlijk ook dat diegene zelf op een dwaalspoor is.
Met de gedachten die nu volgen willen wij een antwoord geven en dit thema in het licht van Jezus en de christelijke leer betrachten.
Het verschil tussen beoordelen en veroordelen
Er zijn veel mensen die vinden dat „beoordelen” hetzelfde is als „veroordelen”. Maar het verschil tussen deze twee begrippen is heel erg groot. Het veroordelen komt vanuit een slechte houding. Het begrip „beoordelen” is niet per se negatief. Puur een standpunt in te nemen over wat goed en slecht is, is eigenlijk de praktische toepassing van de door God in de Bijbel geopenbaarde principes. Te onderscheiden tussen goed en kwaad is belangrijk, zowel voor vragen die met onze relatie met God te maken hebben, alsook voor dagelijkse kwesties. Veel mensen hebben een negatief gevoel of negative associaties bij de woorden „oordelen” en „oordeel” en ze nemen aan dat dat uit een slechte houding komt. Het beoordelen komt echter vanuit de hunkering naar waarheid en vanuit de wens het goede te leren kennen met ook als doel andere mensen te helpen. Maar zonder deze goede motivatie wordt ook een helemaal terechte vermaning een liefdeloos en onbarmhartig oordeel (veroordelen). In de bijbel vindt men meerdere teksten waar deze zelfingenomen, farizeïsche houding bekritiseerd wordt. (bijv. Matthëus 9: 9-13, Lukas 18: 9-14 enz.)
In het nu volgende voorbeeld beschrijft Jezus dit liefdeloze gedrag. Het is heel bekend maar het wordt helaas vaak verkeerd begrepen:
Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden. Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen hen zeggen: „Laat mij de splinter uit je oog verwijderen,” zolang je nog een balk in je eigen oog hebt? Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter uit het oog van je broeder of zuster te verwijderen. (Matthëus 7: 1-5)
Een essentieel punt bij deze vermaning van Jezus is dat degene die wordt aangesproken een zelfingenomen en hoogmoedige huichelaar is. Hij ziet de zonden van andere mensen legt teveel nadruk op hun zonden maar hij wil zijn eigen zonden niet zien. Het gaat er niet om dat je de splinter niet mag verwijderen, maar Jezus had op deze manier de slechte houding en de manier van vermanen bekritiseerd. Het essentiële doel van Jezus is dat wij onze eigen zonden groter zien als die van andere mensen. Dat betekent een kritische blik op jezelf te hebben en je af te wenden van je eigen zonden. Dan zal je ook in staat zijn om andere mensen te helpen. „Waarom kijk je naar de splinter …, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen hen zeggen: „Laat mij de splinter uit je oog verwijderen,” zolang je nog een balk in je eigen oog hebt?” Zelfs het beeld, dat in deze gelijkenis wordt gebruikt past niet bij de wijdverbreide mening dat je de splinter in het oog van iemand anders niet mag aanraken. Het is voor niemand aangenaam om een splinter in het oog te hebben! Het zou liefdeloos gedrag zijn, als wij hem niet zouden helpen.
In Lukas 6:37-42 staat de verwijstekst van Matteüs 7:1-5:
En oordeelt niet en gij zult niet geoordeeld worden. En veroordeelt niet en gij zult niet veroordeeld worden; laat los en gij zult losgelaten worden. (Lukas 6:37) (NBG51)
Aan de ene kant zegt Jezus, dat men niet mag oordelen. Met oordelen bedoelt hij in deze context hetzelfde als veroordelen en niet te willen vergeven. Door de tweede zin, wordt duidelijk, wat in de eerste zin werd bedoeld.
Ook twee verzen verderop (in vs 39) vraagt Jezus “Kan een blinde een blinde geleiden? Zullen zij niet beiden in een put vallen?”. Dat betekent toch, dat diegene, die zijn eigen zonden niet toegeeft, de vergeving van God niet zal krijgen. Het is duidelijk, dat het ook niet mogelijk is, dat hij Gods liefde en genade aan andere mensen doorgeeft. Hij kan andere mensen geen uitweg uit hun zonden laten zien. Maar als iemand zijn zonden toegeeft en belijdt, dan krijgt hij vergeving en kan andere mensen de weg laten zien. Zo leidt de liefde die hij heeft hem tot de wens andere mensen te helpen de weg naar de verzoening met God te vinden:
Reinig mij toch van deze zonde, die een smet op mij werpt. Ik weet dat ik heb gezondigd; steeds opnieuw gaan mijn gedachten terug naar deze daad, waarmee ik van Uw pad afweek. Mijn God, ik heb tegen U gezondigd en Uw gebod overtreden. Wat U er ook over zegt, het is altijd goed en rechtvaardig. Uw uitspraken zijn altijd zuiver. (…) Ik wil zo graag opnieuw de blijdschap over Uw redding ervaren. Ik wil U volgen en mijn gehoorzaamheid aan U zal mij kracht geven. Dan zal ik ook aan andere zondaars laten zien wat Uw wil is, zodat zij zich bekeren en U ook zullen volgen. (Psalm 51: 4-6, 14-15)
Zo laat de verwijstekst in Lukas 6:37-42 dus noch duidelijker zien, dat het doel van Jezus ook in Matteüs 7:1-5 alleen maar was om te waarschuwen voor een huichelachtig en liefdeloos oordelen.
Ook de andere gelijkenissen, die in de context van de genoemde teksten in Matteüs en Lukas (in het bijzonder Matteüs 7: 6,15-23 en Lukas 6:43-46) staan, vormen een bemoediging tot nuchtere kritiek en beoordeling. Deze gelijkenissen stellen ons de vraag: “wie is het niet waard om onze parels te ontvangen?”, “wie zal er niet in het rijk van God komen?”. Jezus zegt tegen ons, dat we de valse profeten aan hun vruchten zullen herkennen. Jezus zei zei zeker niet, dat beoordelen op zich afkeurenswaardig is.
De plaats van de beoordeling in de relatie met God
De wereld is door zonde gevormd. Men kan op niets vertrouwen zonder het nauwlettend te onderzoeken (2 Korinthe 11:14-15). Door zijn grote liefde en genade heeft God de weg geopenbaard en voor de mensen bereikbaar gemaakt. Hij heeft het kwade en de zonde aan het licht gebracht (Johannes 15:14-15,22-24).
En tegen de Joden die in hem geloofden zei Jezus: ‚Wanneer u bij mijn woord blijft, bent u werkelijk mijn leerlingen. U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u bevrijden.’ (Johannes 8,31-32)
Jullie zijn mijn vrienden wanneer je doet wat ik zeg. Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet; vrienden noem ik jullie, omdat ik alles wat ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb. (Johannes 15,14-15)
Iemand kan alleen met God leven als hij deze genade (Jezus’ vriend te zijn en zijn openbaring van de vader te kennen) aanneemt en in de waarheid leeft, die God ons er als basis voor heeft gegeven. (Romeinen 12: 1-2). Het is dus van levensbelang om de waarheid te vinden en daarnaar te leven en tegelijkertijd ook het kwade te ontmaskeren en aan het licht te brengenen daarvan afstand te nemen. Als iemand dat niet doet, dan kan hij de weg naar het eeuwige leven niet vinden.
Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden. (Matteüs 7:13-14)
Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in Geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid.’ (Johannes 4:23-24)
Neem u in acht, anders zult u, in plaats van het volle loon te ontvangen, de vruchten van onze arbeid verliezen. Iedereen die te ver wil gaan en niet bij de leer van Christus blijft, heeft God niet. Wie bij die leer blijft, heeft zowel de Vader als de Zoon. (2. Johannes 8-9)
Als iemand bijvoorbeeld een maaltijd paddenstoelen wil koken dan controleert hij toch van te voren goed of ze ook eetbaar zijn en niet giftig! Hoe is het dan mogelijk om met betrekking op God en het geloof lichtvaardig te zijn? Als twee mensen verschillende tegenstrijdige meningen over dezelfde vraag hebben, hoe kunnen ze dan beide gelijk hebben? Het kan niet allebei kloppen:
De hel bestaat of hij bestaat niet; Je kunt je geloof weer verliezen of niet; de Heilige Geest is een persoon of niet; de mens is van natuur zondaar of niet; uitverkiezing klopt of niet; er is reïncarnatie of niet. Je kunt dan noch tal van voorbeelden vanuit de leer van bestaande religieuze groepen of kerken vinden. Dit zijn niet alleen abstracte en theologische ideeën, maar zij hebben een grote invloed op ons leven. Is dan niet iedereen opgeroepen om zijn standpunt te bepalen ten opzichte van vragen zoals: Wat is de waarheid? Wie is God? Hoe kan je volgens de wil van God leven? Hoe kan men in God waar geloof en liefde vinden? Als antwoord vinden we in de bijbel heel vaak de oproep, dat we alles en iedereen moeten beproeven en beoordelen:
want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het licht. Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid. Onderzoek wat de wil van de Heer is. Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist, (Efeziërs 5:8-11)
Onderzoek alles, behoud het goede en vermijd elk kwaad, in welke vorm het zich ook voordoet. (1 Tessalonicenzen 5:21-22)
Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn. Aan hun vruchten zul je hen herkennen. Men plukt toch geen druiven van doornstruiken of vijgen van distels? Zo draagt elke goede boom goede vruchten, maar een slechte boom draagt slechte vruchten. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, evenmin als een slechte boom goede vruchten dragen kan. Elke boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Zo kunnen jullie hen dus aan hun vruchten herkennen. (Matthëus 7:15-20)
De plaats van de beoordeling in het leven van de gemeente
De beoordeling is heel nauw verbonden met liefde. Om iemand te geven wat God wil, moeten we door zijn leven en daden eerst duidelijk zien, hoe zijn relatie met God is en welke gebreken en tekortkomingen hij heeft. Maar de meeste mensen zijn hoogmoedig en reageren prikkelbaar als je ze op de een of andere manier bekritiseert. Het is zeker veel eenvoudiger om een conflict te vermeiden en mijn medemens niet te confronteren met zijn fouten en zonden en hem niet tot verandering te manen. Maar deze eenvoudigere weg leidde de gemeenten in de eerste eeuw tot een paar drastische veranderingen:
- Het persoonlijke leven van de christenen was niet meer transparant voor hun broeders. De vrijmoedige manier om met elkaar om te gaan werd onnatuurlijk, gemaakt en gekunsteld. Niemand wist meer zeker hoe de geestelijke toestand van zijn broeder was in de ogen van God.
- De christenen hebben elkaar niet meer zo vaak vermaand en hebben veel minder mensen uitgesloten van de gemeente. Tegelijkertijd hebben ze zich niet meer zo ingezet om heilig te leven. De „kleine” zonden bleven verborgen en de gemeenten troffen alleen bij heel ernstige overtredingen serieuze maatregelen.
- Het gebrek aan de nodige hulp (Vermaning en bemoediging) en aan de bereidheid een verharde zondaar uit de gemeente uit te sluiten was een basis voor veel verborgen zonden en maakte een huichelachtig „christelijk” leven mogelijk in de gemeente. De gemeente verwaterde door schijnbare christenen en ongelovige mensen in de gemeente.
- Daadkrachtige en energieke mensen met organisatietalent, die daardoor een positieve indruk maakten, konden veel invloed uitoefenen en „leidende posities” in de gemeenten innemen, zonder dat hun doen en handelen en hun beslissingen getoetst werden of konden worden getoetst.
- De consequentie daarvan was dat het christendom zich ontsloot voor valse leraars en verkeerde voorstellingen van God. De kerk hield op een voorbeeld te zijn, dat de wereld beoordeelt en tot het leven roept.
De Bijbel voorzag dit al. Daarom staat er in de bijbel dat wij steeds verantwoording moeten dragen voor onze broeders en zusters, dat wij hen moeten vermanen en bemoedigen. Dat is de enige manier om liefde, reinheid en zuiverheid te behouden in de gemeente, volgens de wil van God.
Zie er dus op toe, broeders en zusters, dat niemand van u door een kwaadwillig, ongelovig hart afvallig wordt van de levende God, maar wijs elkaar terecht, elke dag dat dit ‚vandaag’ nog geldt, opdat niemand van u halsstarrig wordt omdat hij door zonde verleid werd. (Hebreeën 3: 12-13)
Als je broeder iets misdaan heeft, spreek dan met hem onder vier ogen en wijs hem terecht. Als hij naar je luistert, dan heb je hem teruggewonnen. Als hij niet luistert, haal er dan een of twee anderen bij, want een aanklacht is geldig als er een verklaring is van twee of drie getuigen. Als hij ook niet naar hen luistert, leg het dan voor aan de gemeente. En als hij ook dan niet luistert, behandel hem dan als een ongelovige en als een tollenaar. Ik verzeker jullie: alles wat jullie op aarde verbieden, zal ook verboden zijn voor de hemel, en wat jullie toestaan op aarde, zal ook toegestaan zijn voor de hemel. (Matteüs 18:15-18) (GNB96-vertaling)
Wat ik bedoel is dit: u mag niet omgaan met iemand die zichzelf een broeder of zuster noemt, maar in feite een ontuchtpleger is, een geldwolf(gierigaard), afgodendienaar, lasteraar, dronkaard of uitbuiter. Met zo iemand mag u beslist niet eten. Waarom zouden we over buitenstaanders oordelen? U hoeft toch alleen te oordelen over leden van de gemeente? Over de buitenstaanders zal God oordelen. Maar binnen de gemeente geldt: ‚Verwijder wie kwaad doet uit uw midden.’ (1 Korintiërs 5:11-13)
Naast de oproep in de bijbel om elkaar te vermanen en te bemoedigen, staan er ook veel voorbeelden in de bijbel hoe de christenen de juiste leer in de kerk behielden. De Kerk is een fundament en pijler van de waarheid. (1 Timoteüs 3:15)
Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen. De Geest van God herkent u hieraan: iedere geest die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God. Iedere geest die dit niet belijdt komt niet van God; dat is de geest van de antichrist, waarvan u hebt gehoord dat hij zal komen ? nu al is hij in de wereld. U, kinderen, komt uit God voort en u hebt de valse profeten overwonnen, want hij die in u is, is machtiger dan hij die in de wereld heerst. Die valse profeten komen uit de wereld voort. Daarom spreken zij de taal van de wereld en luistert de wereld naar hen. Wij komen uit God voort. Wie God kent luistert naar ons. Wie niet uit God voortkomt luistert niet naar ons. Hieraan kunnen we de geest van de waarheid en de geest van de dwaling herkennen. (1 Johannes 4: 1-6)
Ik weet wat u doet, hoe u zich inzet en standhoudt, en dat u boosdoeners niet verdraagt. Zo hebt u mensen die beweren dat ze apostelen zijn, op de proef gesteld en als leugenaars ontmaskerd. (Openbaring 2: 2)
De volgende tekst laat ook goed zien dat de beoordeling een belangrijke rol speelde in bijbelse gemeenten, dat men elkaar leert kennen en ongelovigen helpt zich te bekeren:
Maar profeteert iedereen, dan zal een ongelovige buitenstaander door iedereen worden beoordeeld en terechtgewezen. Alles wat hem heimelijk beweegt zal aan het licht komen en dan zal hij zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden: ‚Werkelijk, God is in uw midden.’ (1 Korintiërs 14: 24-25)
Jezus zei ook duidelijk tegen de mensen welke dingen een hindernis waren om bij hem te horen (bijv. in Matthëus 23:13-36 en 19:16-22). Als wij ook willen, dat andere mensen tot Jezus komen moeten wij zijn voorbeeld volgen, ook als het ertoe leidt dat we conflicten met mensen krijgen en zij ons afwijzen (2 Timoteüs 4:14-15).
Dit alles laat duidelijk zien, dat „beoordelen” op zich in ieder geval geen negatief woord is maar een belangrijke basis voor de liefde tot God, tot de broeders in het geloof, tot de waarheid en tot alle mensen!-