Niet alle mensen die ‚Here’ tegen Mij zeggen, komen in het hemelse Koninkrijk. Want daar komt u alleen als u doet wat mijn hemelse Vader wil. Op de dag van het grote oordeel zullen velen tegen Mij zeggen: ‚Here, wij hebben in Uw naam gesproken. Here, wij hebben Uw naam gebruikt om duivelse geesten te verjagen en wonderen te doen.’ Maar Ik zal hun antwoorden: ‚U hebt nooit bij Mij gehoord. Ga weg! U bent slecht en hebt alleen maar uw eigen zin gedaan.’ (Matt. 7: 21-23)
(Als bijbelvertaling hebben wij meestal “Het Boek” geciteerd vanwege de eenvoudigheid. Wanneer deze vertaling de zin van de tekst inhoudelijk niet goed weergeeft citeren wij de NBV-vertaling. Dit is dan aan het einde van het citaat vermeld.)
Waar komt het woord „christen” vandaan en hoe wordt het gebruikt?
In de tekst in Handelingen 11:26 werden de discipelen van Christus Christenen genoemd.
In Antiochië werden de volgelingen van Jezus Christus voor het eerst ‚christenen’ genoemd.
Het Griekse woord voor een christen (christianos) werd van het woord Christus (christos) afgeleid. Men kan dus ook vandaag de dag alleen iemand een Christen noemen als hij werkelijk een navolger van Jezus is.
Een discipel is iemand die ernaar streeft om zijn meester te begrijpen en te volgen. De beslissingen die hij in zijn leven maakt hebben als basis het leven en de leer van zijn meester.
Hij riep Zijn discipelen en de vele mensen die waren toegestroomd bij Zich en zei: „Wie bij Mij wil horen, moet zijn eigen wensen opzij zetten. Hij moet zijn kruis opnemen en Mij volgen. Wie voor zichzelf wil leven, zal zijn leven verliezen. Maar wie zijn leven opgeeft voor Mij en voor Gods plan (het evangelie), behoudt het. (Marcus 8:34-35)
In het Nieuwe Testament kunnen we zien, dat iedereen die Jezus navolgt, ook een kind van God wordt genoemd.
Maar allen die Hem wel aanvaard hebben, heeft Hij het recht gegeven kinderen van God te worden… (Johannes 1:12)
Een navolger van Jezus krijgt de gave van het eeuwige leven. Hij is geestelijk gezien nieuw geboren. Dat betekent dat hij door God gevormd en geleid wil worden. Een kind wil zijn vader gehoorzaam zijn.
Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. Wie zegt: ‚Ik ken hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. (1 Johannes 2:3-4) (NBV)
Zo lang een mens zich er tegen verzet om zijn leven aan de heilige God toe te vertrouwen is hij geestelijk dood op grond van zijn zonden.
Jezus zei tegen de Joden die in Hem geloofden: „Als u zich houdt aan wat Ik zeg, bent u werkelijk mijn discipelen. Dan zult u de waarheid kennen en door de waarheid bevrijd worden.” „Wij zijn nooit slaven geweest”, zeiden zij. „Wij stammen af van Abraham. Hoe kunt u dan zeggen dat wij bevrijd moeten worden?” „Vergis u niet”, antwoordde Jezus. „Ieder die zondigt, is een slaaf van de zonde. Een slaaf heeft geen enkel recht, maar een zoon heeft alle rechten. Als u door de Zoon van God wordt bevrijd, zult u werkelijk vrij zijn. (Johannes 8:31-36)
Jezus wil, dat iedereen wordt gered. Als iemand zich bekeert (d.w.z. berouw heeft van zijn zonden en zich daarvan bekeert), dan maakt Jezus hem vrij. Hij is door God geheiligd en krijgt de kracht om een heel nieuw leven te leiden.
dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid… (Efez. 4,22-24) (NBV)
Elk lid van de kerk is heilig gemaakt (geheiligd) en wordt daarom een heilige genoemd. (Filemon 1:1, 2 Korintiërs 1:1) Als kinderen van God hebben alle christenen één vader, God. Daarom is de relatie onder de gelovigen een broederlijke relatie.
… voelen zich gevleid als ze op straat eerbiedig worden gegroet, als men hen met ‚rabbi’ of ‚meester’ aanspreekt. Maar Ik waarschuw u: Laat u nooit zo noemen. Want u hebt maar één Meester. U bent allemaal broers. Noem nooit een mens ‚Vader’. Want u hebt maar één Vader, God in de hemel. Laat u ook nooit ‚leider’ noemen. Want u hebt maar één leider en dat ben Ik, de Christus. Hoe nederiger u anderen dient, hoe groter u bent. Wie trots is, zal worden vernederd. En wie nederig is, zal worden verhoogd (Matteüs. 23, 7-12)
Hij antwoordde: „Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers?” Hij keek de kring rond en zei: „Kijk, dat zijn mijn moeder en mijn broers. Ieder die doet wat God wil, is mijn broer, mijn zuster, mijn moeder.” (Marcus 3:33-35)
Daarom kunnen we de uitdrukkingen: discipel, kind van God, heilige en broeder/zuster op dezelfde manier als het woord christen gebruiken.
Hoe kunnen wij weten wie een christen is?
Het aanvaarden, dat wij door Jezus Christus verlost zijn is de basis voor het leven als een christen. Jezus bevrijdt christenen van de zonde. Hij openbaart hen de waarheid. Daardoor zijn ze in staat de juiste leer over het wezen van God te begrijpen en een leven volgens zijn wil te leiden. De juiste leer en een leven volgens de wil van God zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden
Helaas zijn er vandaag de dag veel zogenaamde kerken, die niet in overeenstemming zijn met de bijbelse basis. Als je het leven en de leer van zo een kerk nauwkeuriger onderzoekt, kun je weten en zien of zo een geloofsgemeenschap bijbels is of niet. Maar het is moeilijker om te zien of de individuele leden christenen zijn. Er is vaak een hele reeks van verschillende meningen en levenswijzen wat het geloof betreft binnen de afzonderlijke groepen omdat de inzet voor een diepe eenheid te gering is. En toch zijn er enige essentiële punten die bij een relatie met God horen die duidelijk laten zien of iemand met God leeft, namelijk:
a) Te leven volgens de wil van God
Christen te worden betekent een bewuste beslissing te maken om Jezus te willen volgen. Dat wordt ook bekering genoemd. In Johannes 1:12 (al eerder in dit artikel geciteerd) gaat het over de noodzaak, dat men Jezus aanneemt. Dat betekent, dat het „Christen-worden” met een duidelijke beslissing begint. Niet iedereen die beslist heeft om Jezus te volgen kent precies het tijdstip, wanneer hij de beslissing heeft gemaakt. Soms is de beslissing om het eigen leven in de handen van Jezus te leggen, het resultaat van een reeks van positieve stappen, die iemand in de praktijk gezet heeft aan de hand van wat iemand van God heeft begrepen. Dus niet een speciaal tijdstip of een concrete ervaring die hij precies zou kunnen noemen.
De consequentie van de bekering (in het Grieks: metanoia = verandering van houding/gezindheid) is, dat diegene de wereld met nieuwe ogen ziet. Hij krijgt een nieuwe maatstaf en leeft voor een ander doel. Door de bekering word de verbroken relatie tussen de mens en God genezen. Door het geschenk van deze nieuwe relatie met God leeft de Christen dan ook volgens de wil van God. God geeft ons zijn geest, die in iedere Christen woont en die hem in staat stellen een heilig leven te leiden.
Want allen die door de Geest van God geleid worden, zijn zonen van God. (Romeinen 8: 14)
Bekering betekent berouw te hebben van de zonden van vroeger en ze achter zich te laten. Men begint zich helemaal God toe te wijden, het goede te zoeken en te doen.
Maar God zij gedankt: u was slaven van de zonde, maar nu gehoorzaamt u van ganser harte de leer waaraan u zich hebt toevertrouwd, en bevrijd van de zonde hebt u zich in dienst gesteld van de gerechtigheid. (Romeinen 6: 17-18) (NBV)
Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is. (Romeinen 12: 1-2) (NBV)
Het leven als een christen is een voortdurend proces van heiliging. God werkt in iedere christen, zodat hij het beeld van zijn zoon steeds gelijkvormiger wordt (Rom. 8:28). Dat betekent niet, dat een christen tot het einde van zijn leven niet meer zondigt, maar dat hij zich fundamenteel wel van de zonde afscheidt. De vruchten van de heiliging moeten in het leven van elke christen zichtbaar worden, (Johannes 15: 1-10) omdat God de kracht geeft om een heilig leven te leiden. (2 Petr. 1: 3 en Rom. 6: 12-14)
De wet van de Geest die in Christus Jezus leven brengt, heeft u bevrijd van de wet van de zonde en de dood. (Romeinen 8: 2) (NBV)
De vrucht van de relatie met God is zichtbaar aan het streven naar het goede, wat je in het bijzonder in broederliefde kunt zien.
Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten. (Galaten 6,10) (NBV)
Broederliefde (de liefde tussen de gelovigen) is het teken waaraan je de discipelen van Jezus kan herkennen (Johannes 13: 34-35). De broederliefde is gefundeerd op de beslissing van iedere christen tot de toewijding van zijn leven aan zijn broeders en zusters in het geloof.
Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters. (1 Johannes 3,16) (NBV)
De kennis van het liefdevolle wezen van God leidt christenen ertoe zichzelf aan God en aan anderen toe te wijden.
Maar wie niet liefheeft, kent God niet; want God is Zelf liefde. (1 Johannes 4:8)
Hieraan is te zien wie kinderen van God en wie kinderen van de duivel zijn: wie niet rechtvaardig leeft, komt niet uit God voort. Hetzelfde geldt voor wie zijn broeder of zuster niet liefheeft. (1. Johannes 3:10) (NBV)
Relaties tussen broeders en zusters in het geloof verschillen van andere relaties, omdat christenen dezelfde houding ten opzichte van het leven hebben. Zij hebben dezelfde hoop en hetzelfde doel. Omdat een christen in deze punten niet in eenheid met ongelovige mensen is, zijn de mogelijkheden voor een werkelijke samenwerking beperkt. Toch moeten christenen er alles voor doen om in vrede en respect met elkaar om te gaan.
„Ik ben gedoopt en daarom ben ik een christen…”
Sommige mensen denken, dat iemand door de doop christen wordt. In Rom. 2: 28-29 staat:
Jood is men niet door zijn uiterlijk, en de besnijdenis is geen lichamelijke besnijdenis. Jood is men door zijn innerlijk, en de besnijdenis is een innerlijke besnijdenis (van het hart) … (NBV)
Precies zoals voor het voor deze Joden niet van het uiterelijk afhangt, is ook voor iedereen die een christen wil zijn de verandering van de houding belangrijk om christen te worden. De doop is daarbij een uiterlijk teken van deze innerlijke verandering.
„Ik ben een goed mens”
Tussen een goed mens en een christen is er een belangrijk verschil. Het kan voorkomen, dat iemand veel goede eigenschappen heeft en zelfs een toegewijde helper of een grootmoedig mens is, maar daarom is hij nog geen christen. Goede eigenschappen zijn op een bepaalde manier een voordeel voor andere mensen en kunnen ook werkelijk op een goede manier worden gebruikt, als iemand zich tot God bekeert. Als iemand goed wil zijn zonder zich op God te richten is het gevaar, dat zijn „goed-zijn” en zijn vrijgevigheid ertoe leiden, dat andere mensen hem eren en achten in plaats van Jezus de eer te geven en hem te volgen.
Het voorbeeld van de rijke jongeling (Lukas 18: 18-30) laat ook zien, dat Jezus volledige onderwerping aan God verwachtte van zijn discipelen. De rijke jongeling was dus een „goede” man. Geen twijfel daarover; hij volgde Gods geboden die Jezus noemde (tot op zekere hoogt in ieder geval). Toch vermoedde hij zelf al dat hij iets miste om het eeuwige leven te beërven. Door het antwoord van Jezus wordt duidelijk, dat een oppervlakkige toestemming tot Gods geboden niet genoeg is. Jezus laat zien, wat het concrete punt is wat hij niet in Gods handen wil leggen (zijn bezittingen). Jezus wil de heer zijn over ons hele leven. Petrus besefte dit ook in deze situatie en zei: „Wij hebben alles verlaten en zijn u nagevolgd.” (vers 28)
Jezus na te volgen betekent de wil van God te zoeken in iedere situatie van ons leven en op elk ogenblik. Wij moeten bereid zijn voor God alles los te laten en op te geven. Wij moeten afstand doen van alle egoïstische en materialistische verlangens en bereidwillig onze wensen, carrière en hobby’s achter ons laten en dat niet alleen als we met vervolging worden geconfronteerd. Wij moeten ons niet alleen onze zonden achter ons laten, maar ook de juiste prioriteiten in ons leven zetten (Lukas 9:57-62; Lukas 14: 15-30). Wij moeten bereid zijn om God trouw te blijven, ook als onze familie en onze vrienden het daar niet mee eens zijn (Matt. 10: 34-38). Wij moeten het aannemen, als zij zich van ons afscheiden en ons vervolgen.
Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. (Handelingen 5: 29)
b) De juiste leer
Jezus zegt, dat de vader aanbidders zoekt die hem in geest en in waarheid aanbidden (Johannes 4: 23). Jezus openbaarde ons de waarheid, zoals wij dat bijvoorbeeld in het gebed van Jezus kort voor zijn dood kunnen zien:
…Ik heb de woorden die ik van u ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat ik van u gekomen ben, en ze geloven dat u mij hebt gezonden. (Johannes 17:8) (NBV)
Het evangelie en het gehele woord van God (de bijbel) wordt ons als leidraad gegeven, zodat wij de wil van God kunnen begrijpen. God openbaarde zich door het oude – en het nieuwe testament, zodat hij ons kon laten zien hoe wij moeten leven. Iedereen kan de waarheid leren kennen – zoals Paulus het ook in zijn tweede brief aan de Korintiërs schrijft:
…we hebben ons afgekeerd van heimelijke lafheid: we gaan niet sluw te werk, vervalsen het woord van God niet, maar maken de waarheid openlijk bekend. Zo bevelen we ons ten overstaan van God aan bij ieders geweten. Wanneer er dan toch nog een sluier ligt over het evangelie dat wij verkondigen, geldt dit alleen voor hen die verloren gaan… (2. Korintiërs 4: 2-3) (NBV)
Iedereen die bereid is om God gehoorzaam te zijn, kan zijn wil leren kennen.
Als iemand ernaar verlangt Gods wil te doen, zal Hij kunnen onderscheiden of mijn woorden van God komen of van Mijzelf. (Johannes 7: 17)
De kennis van de waarheid, de juiste interpretatie van het woord van God is de basis van de relatie met God. God te kennen betekent niet, dat men theoretisch begrijpt wat God van ons wil. Het betekent zijn boodschap te begrijpen en in de navolging met hem te leven.
Het eeuwige leven is dat zij U kennen als de enig ware God, en Jezus als de Christus Die U naar de aarde hebt gestuurd. (Johannes 17: 3)
Daarom benadrukt het nieuwe testament de juiste leer in het bijzonder en maakt zelfs de verlossing daarvan afhankelijk.
Neem je in acht, houd je aan de leer en blijf dat doen; dan red je zowel jezelf als hen die naar je luisteren. (1. Timoteus 4,16) (NBV)
Een valse leer laat een verkeerd beeld van God zien. De consequentie daarvan is, dat iemand die een valse leer accepteert de ware God niet kent en daarom geen werkelijke relatie met hem kan beginnen (2 Joh. 9). Alleen iemand die niet bereid is om de ware God te accepteren zal valse leren aannemen en daarin blijven.
Vandaag de dag zijn er veel denominaties („kerkelijke” richtingen) die zich „christelijke kerk” noemen. Zij hebben veel verschillende leren en bieden alle mogelijke vormen van een religieus leven aan. Maar tegelijkertijd drukken ze hun leden niet op het hard om een heilig, God toegewijd leven te leven.
In tegenstelling daartoe, is de kerk, de gemeenschap der gelovigen, op de leer van de apostelen opgebouwd (Eph. 2: 20). Zij accepteert geen nieuwe leren (Gal. 1: 9). De kerk is de pilaar en vastigheid der waarheid (1. Tim. 3: 15). Haar leer is vrij van tegenstellingen en onveranderlijk (1 Kor. 1:10).
De verschillende denominaties kunnen geen leden van dezelfde kerk worden genoemd omdat ze tegenstrijdige leren hebben. Iemand die in zo een „kerk” met een valse leer is zou daar wel christen kunnen worden. Maar als hij dan in het geloof groeit, zal hij met de valse leren worden geconfronteerd en zal hij ze moeten afwijzen om de relatie met God te kunnen behouden.
Waarom moeten we weten wie een christen is?
In het tijdperk van de „tolerantie” en „pluralisme” vindt men het verfoeilijk als iemand het geloof van iemand anders in twijfel trekt. De heikele vragen vermijdt men vaak, omdat men niemand wil beledigen. Maar een relatie waarin problemen en verschillen niet worden besproken, is niet harmonieus en ook niet eerlijk.
Als wij deze manier van denken aannemen, dat we het geloof van iemand anders niet in twijfel mogen trekken, kunnen we geen diepe relaties of gemeenschap met anderen hebben. Het zou betekenen, dat wij niet in staat zouden zijn om elkaar te helpen, omdat we niet zouden kunnen zien wat de ander werkelijk nodig heeft. Het is de wil van God dat christenen op een verantwoordelijke manier met elkaar omgaan en elkaar werkelijk ondersteunen. (Hebr. 3:12-14; 1. Thess. 2:8-12).
Alleen mensen die God gehoorzaam willen zijn, maken deel uit van de kerk. (Matt.18:15-17; 1. Kor 5:9-13). De kerk heeft de taak om een spiegel voor haar medemensen te zijn zodat andere de relatie die christenen met God hebben kunnen zien. (Matt. 5,14-16).
Helaas zijn er veel mensen die zich christenen noemen, maar die dit door hun daden verloochenen. Wij moeten hun geloof toetsen en hen laten zien, wat er aan hun relatie met God mankeert. Zij moeten tot bekering geroepen worden. Daaraan zie je de werkelijke liefde, dat wij altijd elk mens ertoe willen leiden God gehoorzaam te zijn. Een christen kan geen gemeenschap met mensen hebben, die voortdurend beslissen in een leugen te leven. Wij mogen ons niet aanpassen aan hun leer en hun manier van denken. (2. Johannes 7-11).