Wat betekent het om een christen te zijn?

1 Inleidende gedachten

Jezus sprak over twee wegen: over de smalle weg, die tot God leidt, waar maar weinig mensen op lopen, en over de brede weg, die naar het verderf leidt.1 Hij was zich bewust van het feit dat de meeste mensen niet bereid zouden zijn om Hem te volgen en God in hun leven de plaats te geven die Hij verdient. Helaas worden er vandaag de dag veel religieuze, schijnbaar christelijke namaakwegen aangeboden, die van de weg van Jezus afwijken. Zelfs voor mensen die God oprecht zoeken, kan dat heel verwarrend zijn. Dat is een reden waarom wij het belangrijk vinden, die artikel te schrijven. Wij willen helpen om duidelijkheid te krijgen over de oproep van Jezus om Hem te volgen op basis van de bijbel, ook als we ons alleen tot het wezenlijke moeten beperken.

Als je in Jezus gelooft, dan is dit artikel een uitnodiging om je eigen leven aan de hand van de Bijbelteksten te toetsen. Natuurlijk moet deze tekst ook mensen helpen, die nog niet geloven om de weg naar God te vinden, zoals de bijbel hem laat zien.

Ieder mens is uitgenodigd om ons te leren kennen, met ons samen Jezus te volgen en alle vreugden en moeilijkheden te delen die met deze weg zijn verbonden.

2 Onze situatie vandaag de dag

Officieel noemt ongeveer twee derde van de wereldbevolking zich “christen”. Maar van al deze mensen weten er veel niet wat het eigenlijk betekent om een christen te zijn. Dat leidt er vaak toe dat niet-christenen het christendom verachten omdat ze vaak geen of tenminste geen wezenlijk verschil tussen hun eigen leven en dat van de “traditie-christenen” zien.

Jezus zelf sprak erover dat veel mensen, die Jezus hun Heer noemden, een vreselijke verrassing na de dood zullen hebben. Ze kunnen niet voor Jezus bestaan, hoewel ze dachten, dat ze christenen waren. Daarover staat bijvoorbeeld in het Evangelie van Mattheüs:

Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt! (Mattheüs 7: 21-23)2

Deze woorden zijn een duidelijke waarschuwing tegen religieus zelfbedrog. Er zullen veel mensen zijn, die denken dat ze in de naam van Jezus grote dingen hebben gedaan en dat ze daarom toch zeker bij Jezus horen. Maar Jezus zal ze afwijzen, omdat ze Hem weliswaar Heer noemden, maar niet naar zijn woorden handelden.

3 Wat betekent de oproep tot bekering van Jezus?

De mensen tegen wie Jezus sprak waren allemaal “religieus”. Ze geloofden in God en wisten in grote lijnen dat ze met hun leven voor God verantwoordelijkheid hebben. Toch riep Jezus ze tot bekering. Hij had de problemen in hun leven gezien en ze erop aangesproken: hun onverschilligheid, het feit dat ze Hem alleen met hun mond beleden, hun zelfingenomenheid en dat ze hun eigen wil volgden en geen ontzag voor God hadden. Hij wist dat ze verloren gaan, als ze zich niet bekeren en hun zonden niet willen zien en geen berouw hebben.

Ook vandaag de dag zijn er veel religieuze mensen, die door hun leven laten zien dat ze nauwelijks vragen wat de wil van God is. Wat Jezus voor zijn tijdgenoten uit het boek van Jesaja citeerde is vandaag de dag ook actueel:

Huichelaars! Terecht heeft Jesaja over u geprofeteerd, toen hij zei: Dit volk nadert tot Mij met hun mond en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver bij Mij vandaan; … (Mattheüs 15: 7-8)

God ziet wat er in het hart is. Wij kunnen Hem niet met religieuze activiteiten laten denken dat wij Hem liefhebben. Maar de normale houding, die we tegenover onze Schepper moeten hebben, is dat Hij in ons hart de eerste plaats krijgt. Dat betekent dat wij een beslissing moeten maken om hem alles te onderschikken, zoals het ook tot uitdrukking komt in het hoogste en belangrijkste gebod, zoals Jezus het had genoemd:

En een van de Schriftgeleerden, die hen hoorde redetwisten en wist dat Hij hun goed geantwoord had, kwam naar Hem toe en vroeg Hem: Wat is het eerste van alle geboden? En Jezus antwoordde hem: Het eerste van alle geboden is: Hoor, Israël! De Heere, onze God, de Heere is één. En u zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht. Dit is het eerste gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is dit: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Er is geen ander gebod groter dan deze. En de Schriftgeleerde zei tegen Hem: Juist, Meester, U hebt naar waarheid gezegd dat God één is, en er is geen ander dan Hij. En Hem lief te hebben met heel het hart en met heel het verstand en met heel de ziel en met heel de kracht, en de naaste lief te hebben als zichzelf, is meer dan alle brandoffers en slachtoffers. (Markus 12: 28-33)

God schenkt ons zijn volkomen liefde. Een relatie van liefde tot Hem betekent, dat ook wij met alle kracht en met ons hele hart willen liefhebben, zoals een kind zijn vader liefheeft. Dat kind wil de wil van de vader niet negeren, maar het vertrouwt hem en is gehoorzaam.

De gelijkenis van de verloren zoon3 beschrijft op een aanschouwelijke manier, wat bekering betekent. De verloren zoon wilde zijn eigen weg gaan en zijn geluk ver van het huis van zijn vader vinden in de wereldse genietingen en zonden. Wat zijn vader daarover dacht interesseerde hem niet. Toen hij dan inzag dat zijn levensweg een doodlopende weg is, vernederde hij zichzelf en is met een gebroken hart teruggekeerd naar zijn vader. Hij had berouw erover dat hij de liefde van zijn vader zo had veracht. Hij wist dat hij niets meer goed kon maken. De enige weg was zijn schuld toe te geven en te belijden en in vertrouwen op de goedheid en de genade van de vader om vergeving te vragen. De echtheid van zijn bekering werd zichtbaar door het feit dat hij van toen aan de vader gehoorzaam wilde dienen. En de vader had hem omhelsd, hem een ring aan zijn vinger gegeven en een feest gemaakt, zonder enigerlei verwijten te maken. De schuld was vergeven en de relatie weer hersteld. Zo was er een nieuw begin in het leven van de verloren zoon, zoals de vader het in de gelijkenis ook tot uitdrukking brengt:

Want deze, mijn zoon, was dood en is weer levend geworden. En hij was verloren en is gevonden. (Lukas 15,24)

Jezus wilde met deze gelijkenis laten zien dat God degene, die eerlijk berouw heeft van zijn zonden als zijn kind wil aannemen en alle schuld wil vergeven. Daarmee wilde Hij elke “verloren zoon” onder de mensen hoop geven, dat de terugweg naar het huis van de vader openstaat, ja, dat de vader in zijn liefde zelfs al wacht en ernaar uitkijkt wanneer zijn kind tot Hem terugkeert. Wie zich door deze liefde laat raken, voor hem zal de omkeer een vreugde zijn, zoals de vreugde van de verloren zoon, die terug naar huis mag keren. Ook de volgende woorden van Jezus beschrijven deze vreugde:

Het Koninkrijk der hemelen is ook gelijk aan een schat, in de akker verborgen, die iemand vond en verborg; en van blijdschap daarover gaat hij heen en verkoopt alles wat hij heeft, en koopt die akker. Ook is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman die mooie parels zoekt. Toen hij één parel van grote waarde gevonden had, ging hij heen en verkocht alles wat hij had, en hij kocht hem. (Mattheüs 13: 44-46)

Wie begrijpt, welke schat wij erin vinden dat God ons liefheeft en ons het ware leven wil schenken, die zal bereid zijn alle andere dingen ervoor te “verkopen”. Wie dat niet wil, omdat hij wat voor dingen dan ook voor hem zo belangrijk zijn dat hij ze voor God niet wil loslaten, die zal in eeuwigheid niet bij God zijn, wat de ontmoeting van Jezus met een rijke jonge man laat zien:

En toen Hij naar buiten ging om op weg te gaan, snelde er iemand naar Hem toe, viel voor Hem op de knieën en vroeg Hem: Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? En Jezus zei tegen hem: Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed behalve Eén, namelijk God. U kent de geboden: U zult geen overspel plegen; u zult niet doden; u zult niet stelen; u zult geen vals getuigenis afleggen; u zult niemand benadelen; eer uw vader en uw moeder. Maar hij antwoordde Hem: Meester, al deze dingen heb ik in acht genomen van mijn jeugd af. En Jezus keek hem aan en had hem lief, en Hij zei tegen hem: Eén ding ontbreekt u: ga heen, verkoop alles wat u hebt en geef het aan de armen en u zult een schat hebben in de hemel; en kom dan, neem het kruis op en volg Mij. Maar hij werd treurig over dat woord en ging bedroefd weg, want hij had veel bezittingen. (Markus 10: 17-22)

Deze man wilde tot God komen en had er ook enige dingen voor gedaan. Maar hij hield zijn bezit vast. Hij was niet bereid om alles los te laten om Jezus te volgen. Maar Jezus hield vast aan wat hij zei. Hij liep die man niet achterna om een voorstel voor een compromis te maken. Het past niet bij liefde en ontzag voor God als wij Hem iets willen onthouden, wat het ook is. Daardoor liet Jezus ons ook zien dat wij zonder deze onvoorwaardelijke bereidheid om ons zelf en alles wat we hebben voor God ter beschikking te stellen, geen christen kunnen zijn. De volgende paragraaf zal dat nog verduidelijken.

4 Volg mij! – Over de ernst van het volgen van Jezus

In Lukas 9 vinden we direct na de eerste aankondiging van het lijden van Jezus de volgende woorden, die de ernst van het volgen van Jezus – dat betekent het leven als een christen – duidelijk tot uitdrukking brengen:

Hij zei tegen allen: Als iemand achter Mij wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis dagelijks opnemen en Mij volgen. Want wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven verliezen zal omwille van Mij, die zal het behouden. Want wat baat het een mens heel de wereld te winnen en zichzelf te verliezen of zelf schade te lijden? Want wie zich voor Mij en Mijn woorden geschaamd zal hebben, voor hem zal de Zoon des mensen Zich schamen, wanneer Hij zal komen in Zijn heerlijkheid en in die van de Vader en in die van de heilige engelen. (Lukas 9: 23-26)

Hoewel het zulke ernstige woorden van Jezus zijn, worden ze vandaag de dag vaak nauwelijks serieus genomen. Want er zijn maar weinig mensen onder de vele mensen die zich christenen noemen, die daar werkelijk over nadenken. Wie een christen wil zijn, moet zich afvragen wat “zelfverloochening”, “het kruis op je nemen”, “je leven verliezen”, “zich niet voor de woorden van Jezus te schamen” voor ons leven in de praktijk betekent. Want Hij sprak tegen “allen”, niet tegen een paar weinige discipelen, die bijzonder serieus wilden zijn.

4.1 Zich zelf verloochenen

Als we daadwerkelijk de voetstappen van Jezus willen volgen, dan moeten we duidelijk inzien, dat deze weg volledige beslistheid van onze kant verlangt. We kunnen die weg niet begaan als we onze eigen plannen, wensen en doelen vasthouden. Want dat zou tot een innerlijk conflict leiden, waar we ons dan in een constante tweestrijd tussen onze wil en de wil van God bevinden en dat zou ons de kracht wegnemen om te handelen. Zelfverloochening betekent dat wij niet meer beslissen wat we doen maar dat we ons leven helemaal in de hand van God geven. Hij alleen kan alles overzien en weet het beste wat goed voor ons en voor andere mensen is. Daarom kunnen we hem meer vertrouwen als ons zelf. Wie niet gewillig is om zijn eigen plannen en ideeën aan God te onderschikken kan Zijn leiding niet ervaren en Hem niet dienen.

4.2 Het kruis op je nemen

Dat Jezus deze woorden in de context van zijn lijden4 uitsprak is zeker geen toeval. Want wij kunnen deze weg ook niet gaan als we niet bereid zijn om te lijden. Dat betekent het kruis. Het kruis maakt duidelijk dat Jezus zo zeer in conflict met de wereld stond, dat de wereld Hem niet wilde verdragen. Ook wij als christenen zullen conflicten tegenkomen. Als wij de mensen door het Woord van God hun zonden en verlorenheid laten zien, moeten wij rekenen met hun afwijzing of zelfs dat ze ons belasteren. Wij zullen eventueel onze “goede reputatie” verliezen, omdat we hen dingen zeggen, die onaangenaam zijn en waardoor ze zich aangeklaagd voelen. Jezus zegt dat wij dat niet alleen moeten verdragen, maar zelfs verheugd moeten zijn als dat gebeurt.

Zalig bent u, wanneer de mensen u haten, en wanneer zij u uitstoten en u smaden en uw naam als slecht verwerpen omwille van de Zoon des mensen. Verblijd u op die dag en spring op van vreugde, want zie, uw loon is groot in de hemel. Hun vaderen deden immers evenzo met de profeten. (…)Wee u, wanneer alle mensen goed van u spreken, want hun vaderen deden evenzo met de valse profeten. (Lukas 6: 22-23 en 26)

Veel mensen, die zich christen noemen zijn niet bereid om voor andere mensen voor de woorden van Jezus en Zijn oproep uit te komen. Ze schamen zich ervoor omdat het niet past bij de geest van de tegenwoordige tijd als je in één objectieve waarheid gelooft en in Jezus diegene te zien die deze waarheid tot ons als mensen bracht. Ze willen niet ouderwets of intolerant lijken. Maar dat betekent dat je Jezus verraadt in plaats van je aan zijn kant te stellen. Daarom zal Jezus zich ook niet aan de kant van zulke mensen stellen, als ze zich na hun leven voor God moeten verantwoorden.

Al deze gedachten worden ook door de woorden van Jezus in Lukas 9 onderstreept:

Het gebeurde, toen zij onderweg waren, dat iemand tegen Hem zei: Heere, ik zal U volgen waar U ook heen gaat. Maar Jezus zei tegen hem: De vossen hebben holen, en de vogels in de lucht nesten, maar de Zoon des mensen heeft niets waarop Hij het hoofd kan neerleggen. Tegen een ander zei Hij: Volg Mij. Maar die zei: Heere, sta mij toe dat ik wegga om eerst mijn vader te begraven. Maar Jezus zei tegen hem: Laat de doden hun doden begraven, maar u, ga heen en verkondig het Koninkrijk van God. Weer een ander zei: Heere, ik zal U volgen, maar sta mij eerst toe dat ik afscheid neem van hen die in mijn huis zijn. Jezus zei tegen hem: Niemand die zijn hand aan de ploeg slaat en kijkt naar wat achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk van God. (Lukas 9,57-62)

De vossen hebben holen, en de vogels in de lucht nesten … Jezus te volgen is geen gemakkelijke weg. Met Hem mee te gaan kan betekenen dat je normale dingen niet hebt, waarop je voorbereid moet zijn. Jezus wil niet zeggen dat we als christenen geen woningen moeten hebben. Maar net zoals Jezus hier op aarde niet voor een mooi comfortabel leven voor zichzelf zorgde, moeten wij in het bewustzijn leven dat ons eigenlijke “thuis” is de hemel is. Dat moet ons bereid maken om al hier alles te verliezen, wat erop lijkt dat wij het bezitten, en buitenbeentje in deze wereld te zijn.

Laat de doden hun doden begraven … Jezus wil hier zijn discipelen niet in het algemeen verbieden om zich met begrafenissen bezig te houden. Hij zag dat deze mens de arbeid voor het rijk van God een lagere prioriteit gaf als de aardse plichten en drukte in deze context met zeer radicale woorden uit, wat werkelijk prioriteit heeft. Als christenen kunnen we mensen helpen het eeuwige leven te vinden en we moeten ons bewust zijn van het feit dat dit onze belangrijkste taak is. De “doden”, die hun doden moeten begraven zijn mensen die zich niet laten roepen voor het leven met God en dus geestelijk dood zijn en dan ook niemand geestelijk kunnen helpen.

Niemand die zijn hand aan de ploeg slaat … Als iemand ploegt moet hij rechte gleuven ploegen. Maar als je achterom kijkt dan ploeg je links en rechts naast het spoor. Iemand die achterom kijkt is dus niet geschikt voor het ploegen. Hetzelfde geldt voor het volgen van Jezus. Het antwoord van Jezus laat zien dat het hier niet simpelweg erom gaat “tot ziens” te zeggen. Jezus zag bij deze mens achter de wens om afscheid te nemen een gebrek aan vastberadenheid. Als iemand met weemoed en met een half hart zijn oude leven achterlaat, zal hij niet de kracht hebben om Jezus te volgen als er moeilijkheden komen.

5 Het heilige leven als vrucht van de bekering

Als een mens zich bekeert en als een christen wil leven dan zal hij net zoals de verloren zoon de dingen loslaten, waarvan hij ervoor had begrepen dat ze zondig zijn, ook als dat moeite kost. Veel mensen, die zich christenen noemen, strijden niet op een serieuze manier tegen hun zonden. Omdat ze de zonden niet willen loslaten negeren ze het op die manier dat ze de zonden helemaal niet als zonden willen zien. Of ze denken dat God toch genadig is en sowieso vergeeft, omdat Hij weet dat wij zwak en onvolmaakt zijn.

Het is belangrijk om zulke gedachten als excuses te ontmaskeren. Jezus zegt dat degene die gelooft alles mogelijk is.5 Als we ons helemaal aan God toevertrouwen, dan kunnen wij Zijn hulp ervaren. Hij laat ons in onze aanvechtingen en zwakheden niet alleen. Wij ervaren de genade van God niet alleen door het feit dat Hij ons onze schuld vergeeft, maar de genade leert ons ook in deze wereld een leven te leiden dat Hem behaagt, zoals Paulus het in Titus 2 schrijft:

Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen, en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven, terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus. Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken. (Titus 2: 11-14)

Als we ons leven werkelijk ter beschikking stellen aan God en onze zonden willen loslaten, geeft God ons daarvoor ook de kracht. Ons leven kan dan een offer worden, dat God behaagt. Hem in ons dagelijks leven te dienen en gehoorzaam te zijn is de werkelijke godsdienst/eredienst.

Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst. En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is. (Romeinen 12: 1-2)

Er zijn veel duidelijke teksten in het Nieuwe Testament, waarin het over het heilige leven van de christenen gaat. Het hoort bij de liefde tot God, dat wij Zijn wil willen doen en het hoort ook bij de liefde van God voor ons, dat Hij ons daartoe in staat stelt. Wie met Jezus leeft, zal deze vrucht dragen.

Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. (…) Hierin wordt Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt en Mijn discipelen bent. (Johannes 15: 5 en 8)

Als christenen zijn we niet meer slaven van de zonde, maar dienaars van God.

Weet u niet dat aan wie u uzelf als slaaf ter beschikking stelt tot gehoorzaamheid, u slaaf bent van wie u gehoorzaamt: óf van de zonde, tot de dood, óf van de gehoorzaamheid, tot gerechtigheid? Maar God zij dank: u was wel slaaf van de zonde, maar nu bent u van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van de leer waaraan u overgegeven bent. En, vrijgemaakt van de zonde, bent u dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid. (Romeinen 6: 16-18)

6 De liefde van Jezus als voorbeeld voor iedere christen

Het leven van Jezus was op een volmaakte manier door de liefde gevormd. Uit liefde verliet Hij de hemelse heerlijkheid. Hij werd mens zodat wij zien hoe zeer God ons liefheeft en ons vrede en de vreugde van de verzoening met Hem wil geven. Uit liefde zocht Hij nooit zijn eigen voordeel en liet zich nooit leiden door wat Hij aangenaam vond en is nooit de makkelijkere weg gegaan in plaats van de juiste weg. Uit liefde sprak Hij altijd de waarheid en vocht ervoor dat de mensen leren zichzelf te zien zoals God ze ziet, in plaats van in hun zelfbedrog verloren te gaan. Ook het leiden en zelfs de dood aan het kruis nam Hij op zich om met zijn liefde en nederigheid de mensen in hun arrogantie beschaamd te maken.

Door de toewijding van zijn leven liet Jezus ons een duidelijke maatstaf zien. Hij stelde geen grenzen aan Zijn liefde en Zijn dienst voor andere mensen. Zijn discipelen en daarmee alle mensen, die christenen wilden zijn gaf Hij het gebod deze liefde na te streven.

Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt. (Johannes 13: 34-35)

Een christen te zijn betekent dus niet, algemene christelijke waarden te hebben, soms naar een christelijke samenkomst te gaan en verder je eigen leven te leven. De eerste christenen hebben dat ook begrepen, want Johannes schrijft:

Wij weten dat wij zijn overgegaan uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben; wie zijn broeder niet liefheeft, blijft in de dood. Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar; en u weet dat geen moordenaar het eeuwige leven blijvend in zich heeft. Hieraan leerden wij de liefde kennen, dat Hij voor ons Zijn leven heeft gegeven. Ook wij moeten voor de broeders het leven geven. Wie dan de goederen van de wereld heeft, en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn hart voor hem toesluit, hoe kan de liefde van God in hem blijven? Mijn lieve kinderen, laten wij niet liefhebben met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid. (1 Johannesbrief 3: 14-18)

Wij zijn dus verplicht voor de broeders het leven te geven en in daad en waarheid lief te hebben. Wat betekent dat voor ons? Een natuurlijke uitdrukking van de liefde is dat ik de wens heb met andere samen te zijn. Gemeenschap onder christenen betekent samen de tijd te besteden met als doel God samen diep te leren kennen, Hem te loven, Hem te dienen, Zijn wil te begrijpen en te doen. Zo wordt de zelfverloochening, die nodig is om Jezus te volgen, praktisch: Willen we zoals vroeger onze vrije tijd gebruiken voor de sportvereniging, computerspellen en romannetjes te lezen. Willen we met overwerk aan onze carrière werken, om dan ons droomhuis te kunnen kopen? Of zijn we bereid ons leven te veranderen en hobby’s en carrière op te geven, het werk en onze eigen interesses de juiste plaats te geven zodat we tijd hebben voor onze geloofsbroeders? Hebben we de wens om deel te nemen aan hun leven en ze ook aan ons leven deel te laten nemen? Willen we elkaar helpen in het streven naar een heilig leven? Zijn we bereid op en eerlijke relaties te bouwen, waar we tegenover elkaar ook voor onze zwakheden kunnen uitkomen en onze zonden kunnen belijden? Willen we de tijd nemen om samen dag voor dag God en de bijbel steeds dieper te leren begrijpen?

Zoals Jezus Zijn leven helemaal voor het heil van de mensen heeft ingezet, zal ook een christen dit doel in zijn leven hebben. Er is niets belangrijkers te doen als wat andere mensen dient om God niet alleen te vinden, maar ook bij Hem te blijven. Want het is niet vanzelfsprekend, dat iedereen die eenmaal op de smalle weg loopt ook bij het doel aankomt. Zonder de heiliging zal niemand God zien (Hebreeën 12: 14), en de Schrift roept ons op elkaar dagelijks in het gevecht voor heiliging te ondersteunen.

Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart zal zijn, vol ongeloof, om daardoor afvallig te worden van de levende God; maar vermaan elkaar elke dag, zolang men van een heden kan spreken, opdat niemand van u verhard zal worden door de verleiding van de zonde. Want wij hebben deel aan Christus gekregen, als wij tenminste het beginsel van de vaste grond van het geloof tot het einde toe onwrikbaar vasthouden, … (Hebreeën 3: 12-14)

Alleen als we in de gehoorzaamheid trouw tot de dood blijven, zullen we het eeuwige leven ontvangen.

Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven. (Openbaring 2: 10)

In ons artikel “over het leven van de eerste christenen” is uitgebreider beschreven hoe de liefde voor elkaar er in de praktijk uitziet.

7 Een christen heeft de waarheid lief

Er zijn veel antwoordpogingen voor de belangrijkste vraagstukken van het leven en het geloof. Maar het juiste antwoord, de waarheid vinden we bij God. Hij openbaart zich aan ons onder andere door de schepping, door ons geweten en op de duidelijkste manier door wat er in het Oude en Nieuwe Testament staat geschreven

Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken. (Johannes 8: 31-32)

De waarheid te kennen, God en Zijn woord op de juiste manier te begrijpen, is heel belangrijk voor het leven met God. Als we ons niet door God en de Heilige Schrift laten leren, dan geloven we in onze eigen opvattingen over God, zoals wij Hem graag willen hebben. Maar een relatie met de levende God is op die manier niet mogelijk.

Een christen is iemand die de waarheid liefheeft en die God en Zijn wil werkelijk wil begrijpen. Hij wil zich door het Woord van de bijbel laten vormen en alle verkeerde manieren van denken corrigeren en elke vorm van zelfbedrog laten ontmaskeren. Net zoals Petrus zal iedere volgeling van Jezus overtuigd zijn dat de leer van Jezus de weg tot het eeuwige leven is.

Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, naar wie zullen wij heengaan? U hebt woorden van eeuwig leven. En wij hebben geloofd en erkend dat U de Christus bent, de Zoon van de levende God. (Johannes 6: 68-69)

Als we vandaag de dag met religieuze mensen over de bijbel praten, beleven we het vaak, dat ze met onbijbelse argumenten proberen “uit te leggen” wat ze ertoe leidt om van gedachten te veranderen of anders te handelen. Maar een christen luistert naar het Woord van God. Anders negeren wij Jezus, die zelf de waarheid is en die gekomen is om ons de waarheid te openbaren.

Het Nieuwe Testament benadrukt het vasthouden aan de leer van Jezus en de apostelen. Omdat valse leren tot een verkeerd leven leiden, is onze redding daarvan afhankelijk, of we de Bijbelse leer willen volgen of niet. Timotheüs had veel verantwoordelijkheid voor de juiste leer en Paulus schrijft aan hem:

Geef acht op uzelf en op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen. (1 Timotheüs 4: 16)

Het vasthouden van de juiste leer betekent ook zich van alle verkeerde invloeden te distantiëren. Christenen hebben de verantwoordelijkheid om te toetsen wat andere mensen leren en de geestelijke gemeenschap te vermijden met mensen die de leer van Jezus niet vasthouden.

Let op uzelf, opdat wij niet verliezen waarvoor wij gewerkt hebben, maar een vol loon mogen ontvangen. Ieder die overtreedt en niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet; wie in de leer van Christus blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon. Als iemand bij u komt en deze leer niet brengt, ontvang hem niet in huis en begroet hem niet. Want wie hem begroet, die heeft deel aan zijn slechte werken. (2 Johannes 8-11)

Ook over dit punt is er een uitgebreid artikel op onze website: „over het gevaar van valse leren“.

***

Samenvattend betekent dat: een christen is iemand, die de liefde van God beantwoordt met het feit dat hij met zijn hele hart en met alle kracht wil liefhebben. Hij heeft zich bekeerd van zijn oude zondige leven en stelt zijn leven nu helemaal voor God ter beschikking. Hij strijd voor een heilig leven en gehoorzaamheid tegenover God en onderschikking aan zijn Woord. Hij heeft de waarheid lief en wil de leer van Jezus op een diepe manier begrijpen en daaraan vasthouden. Hij wil zijn leven inzetten om de broeders en zusters in het geloof lief te hebben en om elkaar op de gemeenschappelijke weg met God te sterken. Hij wil over Jezus vertellen tegen mensen die niet geloven of die op een dwaalspoor lopen, zodat ze ook de ware God kunnen vinden. De dingen van het rijk van God hebben in zijn leven de hoogste prioriteit.

***

Scroll to top ↑


Voetnoten:
  1. Mattheüs 7: 13-14 
  2. Als Bijbelvertaling hebben wij, tenzij bij het citaat anders aangegeven, de Herziene Statenvertaling geciteerd. 
  3. Lukas 15 vanaf vers 11 
  4. Lukas 9: 20-22 
  5. Markus 9: 23