De waar­de van rein­heid — chris­te­lij­ke omgang met seksualiteit

Categorieën: Zonde overwinnen
Een klein meisje en een klein jongetje houden een bloem vast.

Chris­te­lij­ke omgang met seksualiteit:

Met deze tekst wil­len wij men­sen hel­pen zich bewust te zijn van de ver­ant­woor­de­lijk­heid die het gebruik van sek­su­a­li­teit met zich meebrengt.
Als (voor­al jon­ge) men­sen zui­ver en rein wil­len leven is dat niet een­vou­dig. Leef­tijds­ge­no­ten en ook de ver­heer­lij­king van sek­su­a­li­teit in de media oefe­nen helaas veel druk op hen uit.
Wij wil­len men­sen bemoe­di­gen daar­aan weer­stand te bieden.

1 Wei­nig men­sen heb­ben Gods maat­staf voor seksualiteit

Ieder mens wordt met het onder­werp sek­su­a­li­teit gecon­fron­teerd. Helaas zijn zich maar wei­nig men­sen bewust van de con­se­quen­ties van het gedrag op dit gebied. Dat heeft invloed op de ont­wik­ke­ling van hun gewe­ten en heel hun per­soon­lijk­heid. Het beïn­vloedt ook de res­pect­vol­le manier van omgaan met ande­re men­sen, in het bij­zon­der van het ande­re geslacht.

Wij zien dat heel veel men­sen in hun gevoe­lens, den­ken, spre­ken en han­de­len ver weg zijn van de maat­staf van God ten aan­zien van dit onder­werp. Dat betreft ook de zoge­noem­de chris­te­lij­ke wereld en de ”ker­ken”. Een paar voor­beel­den kun­nen dit verduidelijken:

2 De Hei­li­ge Schrift maant tot reinheid

In de bij­bel vin­den we dui­de­lij­ke ver­ma­nin­gen en bemoe­di­gin­gen tot rein­heid op sek­su­eel gebied. De bij­bel eist een hoog moreel niveau voor de omgang van het man­ne­lijk en vrou­we­lijk geslacht met elkaar. Dat is een belang­rijk ken­merk van de open­ba­ring van het wezen en de wil van God. Het laat ook het dui­de­lij­ke ver­schil zien tus­sen het chris­ten­dom en ande­re reli­gies en wereldbeschouwingen.

Als inlei­ding wil­len we een paar tek­sten uit de brie­ven van het Nieu­we Tes­ta­ment citeren:

Wees dan navol­gers van God, als gelief­de kin­de­ren, en wan­del in de lief­de, zoals ook Chris­tus ons lief­ge­had heeft en Zich­zelf voor ons heeft over­ge­ge­ven als een offer­ga­ve en slacht­of­fer, tot een aan­ge­na­me geur voor God. Maar ontucht en alle onrein­heid of heb­zucht, laten die onder u beslist niet genoemd wor­den, zoals het hei­li­gen past, en even­min oneer­baar­heid, dwa­ze praat en licht­zin­ni­ge taal, die onbe­hoor­lijk zijn; maar veel­meer past dank­zeg­ging. Want dit moet u weten, dat geen enke­le ontucht­ple­ger, onrei­ne of heb­zuch­ti­ge, die een afgo­den­die­naar is, een erf­deel heeft in het Konink­rijk van Chris­tus en van God. (Efe­ze 5: 1–5)[1]

Laat het huwe­lijk bij allen in ere zijn en het huwe­lijks­bed onbe­vlekt, want ontucht­ple­gers en over­spe­lers zal God oor­de­len. (Hebree­ën 13: 4)

Of weet u niet dat onrecht­vaar­di­gen het Konink­rijk van God niet zul­len beër­ven? Dwaal niet! Ontucht­ple­gers, afgo­den­die­naars, over­spe­lers, schand­kna­pen, man­nen die met man­nen sla­pen, die­ven, heb­zuch­ti­gen, dronk­aards, las­te­raars en rovers zul­len het Konink­rijk van God niet beër­ven. Som­mi­gen van u zijn dat wel geweest, maar u bent schoon­ge­was­sen, maar u bent gehei­ligd, maar u bent gerecht­vaar­digd, in de naam van de Hee­re Jezus en door de Geest van onze God. (1 Korin­the 6: 9–11)

Dood dan uw leden die op de aar­de zijn: ontucht, onrein­heid, harts­tocht, kwa­de begeer­te, en de heb­zucht, die afgo­de­rij is. Door deze din­gen komt de toorn van God over de onge­hoor­za­men. (Kolos­sen­zen 3: 5–6)

Het is opval­lend, dat ”ontucht” en ”onrein­heid” in de Bij­bel in één adem wordt genoemd met ”begeer­te” (heb­zucht). Ook in Efe­ze 4 wordt deze ver­bin­ding dui­de­lijk (”onrein­heid bege­rig te bedrijven”):

Dit zeg ik dan en getuig ervan in de Hee­re, dat u niet meer wan­delt zoals de ande­re hei­de­nen wan­de­len, in de zin­loos­heid van hun den­ken, ver­duis­terd in het ver­stand, ver­vreemd van het leven dat uit God is, door de onwe­tend­heid die in hen is, door de ver­har­ding van hun hart. Zij heb­ben zich, onge­voe­lig als ze zijn gewor­den, over­ge­ge­ven aan los­ban­dig­heid, om alle onrein­heid bege­rig te bedrij­ven. Maar u hebt Chris­tus zo niet leren ken­nen, … (Efe­ze 4: 17–20)

De Bij­bel legt dui­de­lijk het ego­ïs­ti­sche en heb­zuch­ti­ge karak­ter van dit soort zon­den bloot. Er wordt zo ook dui­de­lijk gemaakt hoe­zeer die zon­den in strijd zijn met het onbaat­zuch­ti­ge karak­ter van de lief­de. Zij heb­ben een ver­nie­ti­gend effect op het ver­mo­gen van men­sen om lief te hebben.

3 Lief­de

Mis­schien klinkt het som­mi­ge men­sen vreemd in de oren, maar lief­de en sek­su­a­li­teit zijn niet het­zelf­de (iden­tiek). Sek­su­a­li­teit is slechts het sek­su­e­le aspect van de rela­tie tus­sen man en vrouw. Het moet een uit­druk­king zijn van hun lief­de voor elkaar. Sek­su­a­li­teit kan ook zon­der lief­de „func­ti­o­ne­ren“, maar God wil­de dat niet zo. Men­sen bedoe­len vaak de sek­su­e­le bevre­di­ging als ze het over lief­de heb­ben. Maar dat is een treu­rig teken van het ver­lies van hoge­re waarden.

Een paar ver­zen van Pau­lus laten iets zien over wat lief­de kenmerkt:

De lief­de is gedul­dig, zij is vrien­de­lijk, de lief­de is niet jaloers, de lief­de pronkt niet, zij doet niet gewich­tig, zij han­delt niet onge­past, zij zoekt niet haar eigen belang, zij wordt niet ver­bit­terd, zij denkt geen kwaad, zij ver­blijdt zich niet over de onge­rech­tig­heid, maar ver­heugt zich over de waar­heid, zij bedekt alle din­gen, zij gelooft alle din­gen, zij hoopt alle din­gen, zij ver­draagt alle din­gen. (1 Korin­the 13: 4–7)

Lief­de zoekt wat het bes­te is voor de mede­mens, ook als dat bete­kent dat je een moei­lij­ke weg moet gaan. Ech­te lief­de is niet ego­ïs­tisch en ver­wacht niet de ver­vul­ling van de eigen wen­sen en plan­nen. De lief­de wil de mede­mens bescher­men voor wat zijn eer­baar­heid en waar­dig­heid kapot maakt. Daar­om kan de lief­de ook streng zijn; voor­al streng tegen je eigen zelf­zucht en tegen zelf aan­trek­ke­lijk te wil­len zijn (ijdel­heid). Lief­de neemt geen bezit van de mede­mens. Maar de lief­de res­pec­teert zijn vrij­heid en zijn ver­ant­woor­de­lijk­heid voor God, de schep­per. Omdat de lief­de onbaat­zuch­tig is, wordt ze niet bit­ter als iemand de lief­de niet beant­woordt of veracht.

4 Veel men­sen ver­war­ren lief­de met verliefdheid

… emo­ti­o­neel gaan de gevoe­lens in de hoog­te, wat al snel tot een die­pe val kan leiden.

Deze roes van gevoe­lens ont­staat vaak door het feit dat men­sen elkaar tot het mid­del­punt van hun leven maken. Op die manier nemen zij de plaats in die alleen voor God is bedoeld. Veel men­sen zoe­ken – bewust of onbe­wust – er hun eigen­waar­de in, hoe bege­rens­waar­dig en aan­trek­ke­lijk ze voor men­sen van het ande­re geslacht zijn. Als zo een rela­tie dan kapot gaat, is de teleur­stel­ling groot. De con­fron­ta­tie met de rea­li­teit – dat je voor de ander toch niet zo belang­rijk bent – vin­den veel men­sen moei­lijk te dra­gen. Som­mi­gen wor­den wan­ho­pig, rade­loos en vertwijfeld.

Maar ook als men­sen elkaar in een huwe­lijk hun leven lang trouw zijn, zal de dood hen ooit schei­den. Op zijn laatst dán wordt dui­de­lijk dat we ons levens­ge­luk niet moe­ten bou­wen op men­sen die we op een gege­ven moment zeker zul­len verliezen.

Veel men­sen ver­val­len in ver­twij­fe­ling wan­neer de part­ner weg­valt. Alleen dege­nen die hun gebor­gen­heid in de lief­de van God vin­den, zul­len daar­voor bewaard blij­ven. De gebor­gen­heid in God bewaart ons er ook voor de rela­tie op gevoe­lens te bou­wen, die kun­nen ver­an­de­ren. Het is zeker waar dat gevoe­lens er op een bepaal­de manier bij horen. Maar om levens­lang trouw te kun­nen zijn heb je nuch­te­re en onbaat­zuch­ti­ge lief­de nodig. Die wordt zicht­baar als je bereid bent om je eigen plan­nen, wen­sen, gevoe­lens en ver­lan­gens niet de pri­o­ri­teit te geven. Je moet een die­nen­de hou­ding tegen­over elkaar heb­ben en samen of voor elkaar de wil van God te zoeken.

Rela­tie op basis van gevoelens

Jon­ge men­sen zijn meest­al nog niet rijp. Zij kun­nen zul­ke gevoels­ma­ti­ge aan­trek­kings­krach­ten van het ver­liefd-zijn de niet juis­te plaats te geven. Ze begin­nen onver­hoeds aan een sek­su­e­le rela­tie. Nog voor­dat het bewust­zijn kan ont­staan dat sek­su­a­li­teit waar­de­vol is en veel ver­ant­woor­de­lijk­heid met zich mee­brengt, wordt de basis daar­voor al kapot gemaakt. Als sek­su­a­li­teit wordt gebruikt om lus­ten te bevre­di­gen ont­staat een onver­za­dig­baar ego­ïs­me. Het drijft de men­sen tot een fata­le ver­sla­ving aan een roes van gevoelens.

Bij een rela­tie gaat het erom op de ander gericht te zijn. Je moet het bes­te voor hem wil­len en zoe­ken wat hem wer­ke­lijk helpt en dient. Maar met een rela­tie heeft dat dan uit­ein­de­lijk niet meer veel te maken. Juist dit ver­mo­gen om lief te heb­ben, de ander te ach­ten en hem als mens en niet als lust­ob­ject te zien wordt op die manier meer en meer kapot gemaakt. De media heb­ben een schaam­te­lo­ze en onge­rem­de omgang mit dit onder­werp. Dat bevor­dert helaas dat jon­ge­ren al vroeg op zoek gaan naar zul­ke bele­ve­nis­sen. Onrei­ne en onkui­se of dub­bel­zin­ni­ge beel­den, tek­sten en adver­ten­tie­slo­gans zie je helaas over­al om ons heen.

Ijdel­heid en mode

De basis voor zulk soort rela­ties is vaak de uiter­lij­ke schijn van de men­sen. Men heeft dan het lichaam van de ander „lief“, de mooie bui­ten­kant, zon­der het inner­lij­ke wezen van de ander wer­ke­lijk te ken­nen. Daar­om con­cen­tre­ren jon­ge­re, maar ook oude­re men­sen zich op ver­zor­ging van het uiter­lijk. Dat doen ze in plaats van aan de schoon­heid van het karak­ter en de ziel te wer­ken.  Ze zou­den eigen­lijk een vol­was­sen per­soon te wor­den, die over zijn harts­toch­ten en drif­ten heerst, in plaats van daar­door beheerst te zijn. Hier­bij speelt ook de vaak schaam­te­lo­ze mode een rol. Die heeft als doel om het lichaam bij­zon­der „begeer­lijk“ te pre­sen­te­ren en de gedach­ten van het ande­re geslacht in een onrei­ne rich­ting te lei­den. Waar men­sen aan­ge­we­zen zijn op de aan­trek­ke­lijk­heid van hun uiter­lijk ont­hul­len ze hun inner­lij­ke leeg­heid en armoede.

Wat de schoon­heid van de vrou­wen van­uit Gods oog­punt moet zijn kun je in deze tekst in het Nieu­we Tes­ta­ment zien:

Even­zo, vrou­wen, wees uw eigen man­nen onder­da­nig; opdat ook, als som­mi­gen aan het Woord onge­hoor­zaam zijn, zij door de levens­wan­del van de vrou­wen zon­der woor­den gewon­nen mogen wor­den, door­dat zij uw rei­ne levens­wan­del in de vre­ze des Hee­ren waar­ne­men. Uw sie­raad moet niet bestaan in iets uiter­lijks: het vlech­ten van het haar, het dra­gen van gou­den sie­ra­den of het aan­trek­ken van mooie kle­ren; maar uw sie­raad moet zijn de ver­bor­gen mens van het hart, met het onver­gan­ke­lij­ke sie­raad van een zacht­moe­di­ge en stil­le geest, die kost­baar is voor God. (1 Pet­rus 3: 1–4)

5 Sek­su­a­li­teit (voor het huwelijk?)

God heeft de men­sen sek­su­a­li­teit gege­ven. Daar­door kun­nen man en vrouw hun onbaat­zuch­ti­ge en schen­ken­de lief­de tot uit­druk­king kun­nen bren­gen. Daar­mee kun­nen ze het geschenk van het leven door­ge­ven aan hun nako­me­lin­gen. Het hoort bij de men­se­lij­ke waar­dig­heid om dit gro­te ver­trou­wen van de sek­su­e­le een­heid te bewa­ren voor een huwe­lijks­re­la­tie. In een huwe­lijk hoort de mens bij één part­ner en bij nie­mand anders. Deze rela­tie moet zijn geba­seerd op de wens en belof­te om levens­lang trouw te zijn. Een getrouwd stel zorgt voor elkaar en is voor elkaar verantwoordelijk.

Juist deze hoge­re waar­den zijn het die sek­su­a­li­teit de waar­de geven zoals God het wil­de. Zij ont­bre­ken helaas in zo veel rela­ties. Wij zien het resul­taat van het hoge aan­tal schei­din­gen. Ouders voe­den hun kin­de­ren dan alleen op.

6 Rela­ties zon­der verplichting?

Helaas is het van­daag de dag al heel nor­maal dat jon­ge men­sen een rela­tie begin­nen zon­der te trouwen.

Vaak wil­len een man en een vrouw samen­wo­nen zon­der de open­ba­re ver­bin­te­nis van het huwe­lijk. Maar het is dan de vraag of  er spra­ke is van lief­de, de onvoor­waar­de­lij­ke bereid­heid om trouw en ver­ant­woor­de­lijk te zijn. In een rela­tie, waar man en vrouw elkaar eerst even wil­len „uit­pro­be­ren“, kan geen diep ver­trou­wen ont­staan. Het laat eer­der zien dat hun rela­tie erop gericht is hun eigen wen­sen te ver­vul­len. Dan is de rela­tie is niet geba­seerd op de wens om te die­nen en te geven. Op ieder moment kan je ook gemak­ke­lijk weer uit elkaar kan gaan als het niet „goed loopt“.

Abor­tus als gevolg

Veel men­sen wil­len wel de lust­be­vre­di­ging maar niet de ver­ant­woor­de­lijk­heid. Ze wil­len vol­was­sen zijn, maar de con­se­quen­ties van hun han­de­lin­gen niet dra­gen. Zij wil­len sek­su­a­li­teit bele­ven, maar wil­len het leven niet door­ge­ven. Dan wordt het mis­bruik van sek­su­a­li­teit een vre­se­lij­ke vij­and van het leven. Als iemand dan zwan­ger wordt, wordt vaak voor de dode­lij­ke „oplos­sing“ van abor­tus geko­zen. Helaas leidt het feit dat er zoveel onge­bo­ren kin­de­ren wor­den gedood bij­na nie­mand tot het inzicht, dat een fun­da­men­te­le omwen­te­ling in het den­ken over de omgang met sek­su­a­li­teit nodig is.

Is de anti­con­cep­tie­pil een onschul­di­ge oplossing?

De anti­con­cep­tie­pil lijkt een onschul­di­ge oplos­sing te zijn. Deze pil is bij vrou­wen net zo gebrui­ke­lijk als sek­su­e­le rela­ties voor het huwe­lijk. Veel men­sen wor­den er ech­ter niet op gewe­zen wel­ke ern­sti­ge gevol­gen die voor de gezond­heid van de vrouw kan heb­ben (daar­over kun je gemak­ke­lijk infor­ma­tie vin­den)[2]. Maar nog belang­rij­ker is het feit dat de anti­con­cep­tie­pil ook abor­tus-effect heeft. Het doel is name­lijk niet alleen dat die pil een zwan­ger­schap „ver­hoedt“. Maar hij ver­hin­dert dat in het geval van een bevruch­te eicel (de mens die net is ont­staan) „onder­dak“ in de baar­moe­der vindt. Die heeft hij nodig om te over­le­ven – en dus sterft hij.

Het res­pect voor de schep­pings­or­de van God, het res­pect voor de mede­mens en het res­pect voor het leven zelf ver­plich­ten ons dus tot de hoog­ste ver­ant­woor­de­lijk­heid als het gaat om sek­su­a­li­teit. Want het doel van de rela­tie tus­sen man en vrouw is het door­ge­ven van het won­der van het leven. Voor­dat de mens in staat is die ver­ant­woor­de­lijk­heid te dra­gen moet hij eerst zich­zelf opvoe­den. Een ken­merk van een vol­was­sen mens is onder ande­re dat hij over zijn drif­ten heerst.

Daar­om is het heel belang­rijk voor iede­re jon­ge­re, streng te zijn met zich­zelf wat betreft zijn eigen sek­su­e­le begeer­ten. Dan kan sek­su­a­li­teit in het huwe­lijk de juis­te plaats innemen.

7 De schat van een rein hart

Als we als chris­te­nen over rein­heid pra­ten, dan is dat niet beperkt tot het gebied van sek­su­a­li­teit. Ons stre­ven naar rein­heid heeft betrek­king op alles wat we zijn: de gevoels- en gedach­ten­we­reld, hou­din­gen en moti­va­ties, rela­ties, woor­den en daden.

Jezus noemt de men­sen zalig, die een rein hart heb­ben, omdat een rein hart de mens toe­gang geeft tot God, die zelf vol­ko­men licht is (1ste Johan­nes­brief 1: 5).

Zalig zijn de rei­nen van hart, want zij zul­len God zien. (Mat­the­üs 5: 8)

Ook de gelo­vi­gen in het Oude Tes­ta­ment wis­ten dat al:

Wie zal de berg van de HEERE beklim­men? Wie zal staan in Zijn hei­li­ge plaats? Wie rein is van han­den en zui­ver van hart, wie zijn ziel niet opheft tot wat vals is, en niet bedrieg­lijk zweert. (Psalm 24: 3–4)

Voor de Joden was het hart de plaats waar­uit de gedach­ten, de motie­ven en beslis­sin­gen voort­ko­men. In ons inner­lijk wezen, wat van bui­ten niet zicht­baar is, moet alles licht, zui­ver en rein zijn, want God kijkt naar het hart.

Een rein hart is oprecht, vrij van ego­ïs­ti­sche ach­ter­grond­mo­tie­ven. Zo een hart wil in een­voud en nede­rig­heid die­nen en ver weg blij­ven van alles wat niet eer­baar is. Zo een hart wil een rein gewe­ten heb­ben en kijkt niet stie­kem toch naar de ver­lok­kin­gen van de wereld. Het rust in God, vol ver­trou­wen dat Hij geeft wat we nodig hebben.

God wil ons ech­te lief­de leren

De lief­de waar God ons naar­toe wil lei­den moet deze eigen­schap­pen hebben:

Het eind­doel nu van het gebod is lief­de die voort­komt uit een rein hart, een goed gewe­ten en een onge­veinsd geloof. (1 Timo­the­üs 1: 5)

Nu u dan uw zie­len gerei­nigd hebt in de gehoor­zaam­heid aan de waar­heid, door de Geest, tot onge­veins­de broe­der­lief­de, heb elkaar dan vurig lief uit een rein hart, … (1 Pet­rus 1: 22)

Het vol­maak­te voor­beeld van deze lief­de vin­den we in Jezus.

Daar­uit ont­stond de kerk, de gemeen­schap van men­sen die God seri­eus wil­len nemen en een rein leven wil­len leven. Hoe­wel niet veel men­sen die wens heb­ben, bestaat de kerk toch ook van­daag. Zie ook ons oder­werp: Het leven van de eer­ste chris­te­nen.

Bemoe­di­ging tot reinheid

Som­mi­gen van ons zaten ook diep ver­strikt in de boven­ge­noem­de zon­den. Toen Jezus ons tot beke­ring riep, onder­gin­gen we een gro­te ver­an­de­ring. Vroe­ger waren we ver­slaafd aan onrei­ne begeer­ten en zon­den. Maar door­dat we ons tot Jezus heb­ben gekeerd, heb­ben we de kracht en vrij­heid gekre­gen om ”Nee” erte­gen te zeg­gen. Ons leven kreeg zin door de lief­de die God voor ons had. Wij weten en erva­ren, dat Hij het bes­te voor ons wil en dat Hij er altijd is om ons in ver­lei­din­gen en strijd te hel­pen. Zo hoe­ven we onze waar­de er niet in te zoe­ken dat men­sen ons aan­trek­ke­lijk vin­den. Wij erva­ren vrij­heid van ego­ïs­me om ande­re men­sen het goe­de te kun­nen geven en ze wer­ke­lijk in rein­heid lief te heb­ben. Op onze gemeen­schap­pe­lij­ke weg kun­nen we elkaar ster­ken om trouw te zijn in de beslis­sing om een leven te lei­den dat God behaagt.

We nodi­gen je uit om dit leven met God te leren kennen!

*******

We kon­den hier alleen maar in het kort iets schrij­ven over onze over­tui­ging ten aan­zien van dit onder­werp en we zijn blij met vra­gen en reac­ties, die uit eer­lijk inte­res­se komen.


Voetnoten

  1. Als Bij­bel­ver­ta­ling heb­ben wij, ten­zij bij het citaat anders aan­ge­ge­ven, de Her­zie­ne Sta­ten­ver­ta­ling geciteerd.
  2. Zie bij­voor­beeld Wiki­pe­dia


Als Bij­bel­ver­ta­ling heb­ben wij, ten­zij bij het citaat anders aan­ge­ge­ven, de Her­zie­ne Sta­ten­ver­ta­ling geciteerd.

Zie bij­voor­beeld Wiki­pe­dia